5. Werkende aanpakken  

In dit hoofdstuk is een verzameling opgenomen van ‘good practices’ gericht op jongeren in het vmbo. Van iedere good practice wordt beschreven wat het doel is van de aanpak, vanuit welk model deze is ontworpen, wat de inhoud ervan is en wat de resultaten zijn. Indien beschikbaar staat er ook een link naar materialen zoals artikelen, websites en praktische tool. Aan het einde van dit hoofdstuk worden de werkzame elementen van de aanpakken samengevat. 

De beschreven good practices zijn: VMBO in beweging, Keep Youngsters Involved, SALVO, Goalkeeper, IJslands preventiemodel, Gezonde school en ShuffleSports. Naast deze aanpakken en programma’s is er ook een overzicht van erkende aanpakken voor de doelgroep jongeren (niet specifiek voor jongeren in het vmbo). Voor een volledig overzicht van (erkende) aanpakken, zie de interventiedatabase

Auteur: MIRKA JANSSEN en Dorien Dijk

5

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk

VMBO in Beweging  

Good practices 

(SBGL looptijd 2010 t/m 2012)

Resultaten van de aanpak: 

het percentage vmbo-leerlingen dat voldeed aan de beweegnorm is gedurende het project significant toegenomen van gemiddeld 41,6% naar 54,5%. Het percentage inactieve leerlingen daalde met 12,8%. De veranderingen waren significant lager bij meisjes dan bij jongens. 69% van de deelnemende scholen creëerde een sport- en beweegaanbod voor inactieve leerlingen (TNO rapport, Bernaards e.a, 2012, Eindevaluatie). Verwacht werd dat leerlingen meer tevreden zouden zijn over het aanbod na het realiseren van extra sport- en beweegaanbod. Dit was niet het geval. Ook bleek dat wanneer scholen meerdere veranderingen doorvoerden (6-8 stuks), dat samenging met een significante toename in beweeggedrag van de leerlingen. Aangenomen wordt dat die verandering kwam door meer beweegaanbod buiten de lessen, gebruik van meerdere sportfaciliteiten, uitbreiding uren LO, schoolbrede visie in het vakwerkplan en daardoor meer draagvlak, structurele samenwerking met sportaanbieders en het stimuleren van actief transport. Afzonderlijke veranderingen hingen niet samen met een verandering in het percentage normactieve leerlingen, behalve een toename in het aantal sportfaciliteiten waarover de school beschikte (of waarvan deze gebruik kon maken). 

Inhoud van de aanpak: 

met een leerlingenscan hebben de scholen inzicht gekregen in het beweeggedrag en de wensen en behoeften van leerlingen. De schoolscan werd op 78 scholen ingezet. Dit was een vragenlijst voor scholen met vragen over het sport- en beweegaanbod op school, het beleid, samenwerkingsverbanden en randvoorwaarden. Vmbo-scholen moesten een sport- en beweegaanbod creëren voor inactieve leerlingen. Samen met de regiocoach werd een plan van aanpak ter verbetering van het beweegbeleid op school opgesteld. Dit plan werd daarna uitgevoerd. Scholen die deelnamen aan kregen financiële ondersteuning vanuit het platform. Schoolbesturen stelden in het kader van het project een sport- en beweegcoördinator aan voor een dagdeel per week voor een periode van 3 jaar. Deze coördinator gaf uitvoering aan het project op schoolniveau. 

Doel de aanpak

doel op leerlingniveau: medio 2012 is het aantal inactieve leerlingen in deelnemende scholen t.o.v. 2010 verminderd met 10%. Doel op schoolniveau: in 2012 is op 80 scholen een sport- en beweegaanbod gecreëerd voor inactieve leerlingen. 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk

Keep Youngsters Involved

Beschikbare materialen

(Erasmus+Sport project 2016-2019) 

Resultaten van de aanpak: 

als praktische vertaalslag is een kaartspel ontwikkeld. Daarmee kunnen jongeren en sportprofessionals die werken met jongeren de dialoog voeren. De kaarten bevatten concrete actiepunten die bijdragen aan verbetering van de veertien factoren, en dus aan het voorkomen van sportuitval. Er zijn drie manieren om het kaartspel te spelen. Met het spelen wissel je kennis en ervaring uit met elkaar. Ook kom je tot een actieplan dat bijdraagt aan een positiever jeugdbeleid van de club. 

Inhoud van de aanpak:

er is een review gedaan naar de factoren die meespelen bij het voorkomen van sportuitval bij jongeren (12-19 jaar) in de georganiseerde sport. Vervolgens zijn veertien factoren gekozen waar trainers, coaches, buurtsportcoaches, verenigingsondersteuners en sportverenigingen mee aan de slag kunnen. 

Doel van de aanpak: 

jongeren binden en behouden bij sport en sportuitval voorkomen bij jongeren van 12 -19 jaar. 

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-cognitief gedragsmodel

Goalkeeper  

Resultaten van de aanpak: 

na afloop van het programma waren leerlingen fitter en was hun zelfbeeld verbeterd. Docenten gaven aan dat leerlingen meer inzet toonden en een sterkere binding met school hadden. Mogelijk voorkomt dit schooluitval op de langere termijn. 

Inhoud van de aanpak: 

Goalkeeper vindt plaats in de gymlessen en mentorlessen. In vier blokken van vier weken gaan leerlingen in de gymles aan de slag met een sportdoel, en in de mentorles met een doel op het gebied van gezonde voeding of meer bewegen. Per blok wordt een vaste opbouw gehanteerd: 

  • Week 1: bepalen van het startniveau en het stellen van een doel voor over vier weken; 
  • Week 2 en 3: werken aan niveauverbetering en dit plannen en monitoren;
  • Week 4: evaluatie van de vooruitgang, op resultaat en proces. 

Voor het onderdeel leefstijl wordt een gelijke, herkenbare opbouw gehanteerd als in de gymles. Dit helpt bij de ‘transfer’ van zelfregulatievaardigheden. In week 1 bepalen leerlingen hun beginniveau (bijvoorbeeld voor het aantal stappen dat ze op een dag zetten of het aantal snacks dat ze op een dag eten). Ook bepalen ze een doel voor de week erna. In de mentorlessen wordt ondersteuning gegeven bij hoe ze dat doel het best kunnen bereiken. Leerlingen brengen bijvoorbeeld in kaart waar in het reguliere onderwijs ruimte is voor meer beweging. Of ze bekijken waar snackverleidingen op de loer liggen binnen de school. 

Doel de aanpak

jongeren ondersteunen bij het ontwikkelen van hun sportvaardigheden en het werken aan een gezonde leefstijl. Zelfregulatie staat centraal. 

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk 

SALVO

Resultaten van de aanpak: 

in de SALVO-studie staat een evaluatie over een fysieke activiteitsaanpak op school waarbij het participatieniveau van leerlingen wordt gevarieerd. Het niveau van studentenparticipatie hangt gedeeltelijk samen met de fysieke fitheidskenmerken van studenten, maar niet met het fysieke activiteitsniveau. 

Inhoud van de aanpak: 

er is een review gedaan om te bepalen wat voor soort aanpakken bij vmbo-leerlingen mogelijk werken: multicomponenten-interventies, met korte tot middellange beweegmomenten tijdens schooltijd waarbij de beweegmomenten op maat gemaakt zijn in co-creatie met de leerlingen zelf. Voorwaarde is de betrokkenheid van het schoolteam. 

Doel de aanpak

het ontwerpen van een stappenplan waarmee vmbo-leerlingen op basis van eigen kracht plus de mogelijkheden van de school en de buurt 

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

systeemdenken

IJslands preventiemodel  

Resultaten van de aanpak: 

sport wordt ingezet als belangrijk onderdeel van de vrije tijd van jongeren. Vanwege het succes in IJsland zijn inmiddels ook zes Nederlandse gemeenten aan de slag gegaan. Het IJslands model benadrukt het belang van georganiseerde vrijetijdsbesteding voor jongeren. Voorwaarde is dat de activiteiten van goede kwaliteit zijn. Dat betekent dat de activiteiten worden begeleid door professionals, die een goed rolmodel zijn voor jongeren. Daarnaast vinden de activiteiten plaats in een gezonde omgeving waar jongeren niet in aanraking komen met middelen. Dit kunnen verschillende typen activiteiten zijn, zoals sport, kunst en cultuur. Diverse IJslandse onderzoeken tonen aan dat meer deelname aan georganiseerde activiteiten in de vrije tijd mogelijk samenhangt met minder alcoholgebruik. 

Inhoud van de aanpak:

er wordt ingezet op vier belangrijke omgevingsfactoren van de jongeren: vrije tijd, gezin, school en peergroep. In de vrije tijd speelt sport een belangrijke rol. Voor ieder kind een geldbedrag vrijmaken voor deelname aan kwalitatief goede vrijetijdsactiviteiten: dat ziet men in IJsland als een sterke boodschap richting ouders over het belang van zinvolle, kwalitatieve invulling van de vrije tijd van kinderen. 

Doel van de aanpak: 

aanbod creëren voor jongeren, ter voorkoming van middelengebruik.

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk 

Gezonde school aanpak

Resultaten van de aanpak: 

er zijn momenteel meer dan 1500 Gezonde Scholen in Nederland. 333 VO/VSO scholen met een vignet, en 150 met het deelcertificaat bewegen en sport. https://mijngezondeschool.nl/zoektool 

Inhoud van de aanpak: 

Gezonde School is een programma dat scholen helpt om te werken aan een gezonde leefstijl. Volgens een stappenplan werken zij aan verschillende thema's, waaronder sport en bewegen. Ook is er de inzet van een Gezonde School-coördinator binnen de school en een externe adviseur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). 

Doel de aanpak

met de Gezonde School-aanpak krijgt de school beter inzicht in de leefstijl van leerlingen en risicofactoren. Op basis daarvan kiest de school passende gezondheidsthema’s en erkende Gezonde School-activiteiten. Gezonde School helpt om doelgericht en efficiënt te werken aan de gezondheid van leerlingen. Daarmee wordt een gezonde leefstijl op school vanzelfsprekend. 

Beschikbare materialen

*N.B. Er zijn nog geen documenten beschikbaar van het onderzoek voor de onderbouwing van de aanpak of van resultaten van de aanpak. 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-cognitief gedragsmodel 

ShuffleSports  
(SBGL looptijd 2010 t/m 2012)

Resultaten van de aanpak: 

inactieve jongeren hebben weinig zelfvertrouwen over hun (sport)prestaties. Dat weerhoudt hen ervan om aan sport te doen, want hierdoor is zelfs al het meedoen aan een proefles, en dus meedoen met een team dat al op een bepaald niveau zit, een hoge drempel. Het huidige sportaanbod wordt geassocieerd met prestatie, terwijl inactieve jongeren sporten voor de gezelligheid en om iets met hun vrienden te ondernemen. Inactieve jongeren willen afwisseling en keuzevrijheid. Een lidmaatschap van een jaar bij een sportvereniging sluit daarom niet aan bij hun behoeften. Uit de evaluaties (Nieuwenhuis, in press) komt naar voren dat het minder competitieve karakter, kansengelijkheid tussen goede en slechte sporters en beleving een grote rol spelen. Bovendien blijkt deze formule 58% van de niet-sporters te activeren om mee te doen. 

Inhoud van de aanpak: 

Shufflesport is een combinatie van twee sporten, bijvoorbeeld obstacle-voetbal of trampoline-fitness. Dit is een initiatief op basis van gesprekken met de doelgroep. Het achterliggende idee is dat het meeste sportaanbod momenteel te veel draait om prestaties en beter worden, terwijl veel jongeren de gezelligheid en sporten met vrienden belangrijk vinden. Bij ShuffleSports staan daarom de volgende punten centraal: 

  • Het draait niet om prestatie en het kunnen, maar om gezelligheid en het proberen.
  • Het is een vernieuwend aanbod met een geheel nieuwe identiteit en dus zonder competitief imago.
  • Geen lidmaatschap voor een jaar, maar elke maand een andere ShuffleSport.
  • Door bestaande sporten te combineren ontstaat een nieuwe vorm, waardoor het instapniveau lager ligt. 

Doel de aanpak

meer vmbo’ers in beweging krijgen. 

Op beleidsniveau wordt bijvoorbeeld vanuit een visie uitbreiding van uren LO (bijv. VMBO in beweging) ingezet, of het creëren van ruimte in het schoolrooster (bijv. SALVO). In de fysieke omgeving zijn bijvoorbeeld sportfaciliteiten (bijv. VMBO in beweging) en aanschaf van los spelmateriaal ingezet (SALVO). De sociale omgeving spelen de programmering, dus het aanbod van activiteiten (bijv. Keep Youngsters Involved, Shuffle Sports, SALVO, IJslands Preventiemodel), en anderzijds de rol van docenten mee (bijv. Keep Youngsters Involved, SALVO) bij het stimuleren van leerlingen om deel te nemen aan activiteiten. Bij het rekening houden met verschillen tussen leerlingen kan bijvoorbeeld een participatieve aanpak (bijv. Keep Youngsters Involved, SALVO) ingezet worden, of leerlingen zelf doelen laten formuleren (bijv. Goalkeeper). 

Uit bovenstaande good practices blijkt dat een multicomponenten-aanpak minimaal nodig is voor gedragsverandering bij vmbo-leerlingen. Werkzame elementen passen bij het sociaal-ecologisch raamwerk: een combinatie van een verandering op beleidsniveau en in de fysieke en sociale omgeving, rekening houdend met verschillen tussen leerlingen.

Samenvatting werkzame elementen vanuit de good practices 

Tip 1
Tip 2

Aanpakken die gebaseerd zijn op het model van sociaal-cognitieve gedragsverandering en het sociaal-ecologisch raamwerk hebben goede resultaten, maar we zien veel potentie in een aanpak die op het systeemdenken is gebaseerd. Alle omgevingen van de jongere in het vmbo worden dan namelijk meegenomen in de aanpak. Hieronder nog wat korte tips. 

Conclusie

Tip 3

Dé jongere in het vmbo bestaat niet. Er zijn bijvoorbeeld verschillen tussen: 

Houd rekening met verschillen tussen jongeren in het vmbo 

Dit betekent dat er voldoende keuze geboden moet worden om deel te kunnen nemen. Zowel in soort sport als in moment, voorwaarden en context. 

jongens en meisjes in motivatie om te sporten, waarbij voor meisjes de sociale component van bewegen belangrijker is (Rowlands & Gough, 2017) 

jongeren die al wel of nog niet lichaams-veranderingen meemaken, waarbij meisjes het soms niet prettig vinden om met jongens samen te bewegen en sporten (Lems et al , 2020) 

jongeren van verschillende culturen (Langøien et al., 2017; Muturi et al., 2016) 

jongeren met een lage of hoge sociaal-economische thuissituatie, waarbij bijvoorbeeld kosten voor sportaanbod een beperking kunnen zijn voor jongeren met minder financiële mogelijkheden (Sarti et al., 2019). 

Aandacht voor de niet- en zwakkere beweger 

Het beweeggedrag hangt samen met andere factoren, zoals motorische vaardigheid, fysieke fitheid, gewicht en zelfbeeld (Stodden, 2008). Als je beweegaanbod creëert, is het dus handig om rekening te houden met deze samenhang. Vooral jongeren die minder vaardig zijn, zullen minder graag meedoen. Ze zijn vaak minder fit en hebben een lager zelfbeeld, waardoor ze zich kunnen schamen (Moreno-Murcia et al., 2011) voor hun minder goede vaardigheden. 

De participatie van jongeren zorgt ervoor dat aanpakken beter aansluiten bij hun leefwereld, wat de kans op succes vergroot. (Grootens-Wiegers, 2016; Dedding et al., 2013; Patton, 2016). Het is cruciaal dat jongeren beweegactiviteiten als betekenisvol ervaren. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 2010) dat handvatten biedt om de motivatie van jongeren te versterken. Daarnaast levert participatie ook voor de jongeren zelf wat op (Dedding et al., 2013). 

Laat jongeren inhoud en richting (mede) bepalen 

In dit hoofdstuk is een verzameling opgenomen van ‘good practices’ gericht op jongeren in het vmbo. Van iedere good practice wordt beschreven wat het doel is van de aanpak, vanuit welk model deze is ontworpen, wat de inhoud ervan is en wat de resultaten zijn. Indien beschikbaar staat er ook een link naar materialen zoals artikelen, websites en praktische tool. Aan het einde van dit hoofdstuk worden de werkzame elementen van de aanpakken samengevat. 

De beschreven good practices zijn: VMBO in beweging, Keep Youngsters Involved, SALVO, Goalkeeper, IJslands preventiemodel, Gezonde school en ShuffleSports. Naast deze aanpakken en programma’s is er ook een overzicht van erkende aanpakken voor de doelgroep jongeren (niet specifiek voor jongeren in het vmbo). Voor een volledig overzicht van (erkende) aanpakken, zie de interventiedatabase

5. Werkende aanpakken  

Auteur: MIRKA JANSSEN en Dorien Dijk

5

Beschikbare materialen

Resultaten van de aanpak: 

het percentage vmbo-leerlingen dat voldeed aan de beweegnorm is gedurende het project significant toegenomen van gemiddeld 41,6% naar 54,5%. Het percentage inactieve leerlingen daalde met 12,8%. De veranderingen waren significant lager bij meisjes dan bij jongens. 69% van de deelnemende scholen creëerde een sport- en beweegaanbod voor inactieve leerlingen (TNO rapport, Bernaards e.a, 2012, Eindevaluatie). Verwacht werd dat leerlingen meer tevreden zouden zijn over het aanbod na het realiseren van extra sport- en beweegaanbod. Dit was niet het geval. Ook bleek dat wanneer scholen meerdere veranderingen doorvoerden (6-8 stuks), dat samenging met een significante toename in beweeggedrag van de leerlingen. Aangenomen wordt dat die verandering kwam door meer beweegaanbod buiten de lessen, gebruik van meerdere sportfaciliteiten, uitbreiding uren LO, schoolbrede visie in het vakwerkplan en daardoor meer draagvlak, structurele samenwerking met sportaanbieders en het stimuleren van actief transport. Afzonderlijke veranderingen hingen niet samen met een verandering in het percentage normactieve leerlingen, behalve een toename in het aantal sportfaciliteiten waarover de school beschikte (of waarvan deze gebruik kon maken). 

Inhoud van de aanpak: 

met een leerlingenscan hebben de scholen inzicht gekregen in het beweeggedrag en de wensen en behoeften van leerlingen. De schoolscan werd op 78 scholen ingezet. Dit was een vragenlijst voor scholen met vragen over het sport- en beweegaanbod op school, het beleid, samenwerkingsverbanden en randvoorwaarden. Vmbo-scholen moesten een sport- en beweegaanbod creëren voor inactieve leerlingen. Samen met de regiocoach werd een plan van aanpak ter verbetering van het beweegbeleid op school opgesteld. Dit plan werd daarna uitgevoerd. Scholen die deelnamen aan kregen financiële ondersteuning vanuit het platform. Schoolbesturen stelden in het kader van het project een sport- en beweegcoördinator aan voor een dagdeel per week voor een periode van 3 jaar. Deze coördinator gaf uitvoering aan het project op schoolniveau. 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk

Doel de aanpak

doel op leerlingniveau: medio 2012 is het aantal inactieve leerlingen in deelnemende scholen t.o.v. 2010 verminderd met 10%. Doel op schoolniveau: in 2012 is op 80 scholen een sport- en beweegaanbod gecreëerd voor inactieve leerlingen. 

(SBGL looptijd 2010 t/m 2012)
VMBO in Beweging  

Good practices 

Beschikbare materialen

Resultaten van de aanpak: 

als praktische vertaalslag is een kaartspel ontwikkeld. Daarmee kunnen jongeren en sportprofessionals die werken met jongeren de dialoog voeren. De kaarten bevatten concrete actiepunten die bijdragen aan verbetering van de veertien factoren, en dus aan het voorkomen van sportuitval. Er zijn drie manieren om het kaartspel te spelen. Met het spelen wissel je kennis en ervaring uit met elkaar. Ook kom je tot een actieplan dat bijdraagt aan een positiever jeugdbeleid van de club. 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk

Inhoud van de aanpak:

er is een review gedaan naar de factoren die meespelen bij het voorkomen van sportuitval bij jongeren (12-19 jaar) in de georganiseerde sport. Vervolgens zijn veertien factoren gekozen waar trainers, coaches, buurtsportcoaches, verenigingsondersteuners en sportverenigingen mee aan de slag kunnen. 

Doel van de aanpak: 

jongeren binden en behouden bij sport en sportuitval voorkomen bij jongeren van 12 -19 jaar. 

(Erasmus+Sport project 2016-2019) 

Keep Youngsters Involved

Beschikbare materialen

Resultaten van de aanpak: 

na afloop van het programma waren leerlingen fitter en was hun zelfbeeld verbeterd. Docenten gaven aan dat leerlingen meer inzet toonden en een sterkere binding met school hadden. Mogelijk voorkomt dit schooluitval op de langere termijn. 

Voor het onderdeel leefstijl wordt een gelijke, herkenbare opbouw gehanteerd als in de gymles. Dit helpt bij de ‘transfer’ van zelfregulatievaardigheden. In week 1 bepalen leerlingen hun beginniveau (bijvoorbeeld voor het aantal stappen dat ze op een dag zetten of het aantal snacks dat ze op een dag eten). Ook bepalen ze een doel voor de week erna. In de mentorlessen wordt ondersteuning gegeven bij hoe ze dat doel het best kunnen bereiken. Leerlingen brengen bijvoorbeeld in kaart waar in het reguliere onderwijs ruimte is voor meer beweging. Of ze bekijken waar snackverleidingen op de loer liggen binnen de school. 

Inhoud van de aanpak: 

Goalkeeper vindt plaats in de gymlessen en mentorlessen. In vier blokken van vier weken gaan leerlingen in de gymles aan de slag met een sportdoel, en in de mentorles met een doel op het gebied van gezonde voeding of meer bewegen. Per blok wordt een vaste opbouw gehanteerd: 

  • Week 1: bepalen van het startniveau en het stellen van een doel voor over vier weken; 
  • Week 2 en 3: werken aan niveauverbetering en dit plannen en monitoren;
  • Week 4: evaluatie van de vooruitgang, op resultaat en proces. 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-cognitief gedragsmodel

Doel de aanpak

jongeren ondersteunen bij het ontwikkelen van hun sportvaardigheden en het werken aan een gezonde leefstijl. Zelfregulatie staat centraal. 

Goalkeeper  

Resultaten van de aanpak: 

in de SALVO-studie staat een evaluatie over een fysieke activiteitsaanpak op school waarbij het participatieniveau van leerlingen wordt gevarieerd. Het niveau van studentenparticipatie hangt gedeeltelijk samen met de fysieke fitheidskenmerken van studenten, maar niet met het fysieke activiteitsniveau. 

Inhoud van de aanpak: 

er is een review gedaan om te bepalen wat voor soort aanpakken bij vmbo-leerlingen mogelijk werken: multicomponenten-interventies, met korte tot middellange beweegmomenten tijdens schooltijd waarbij de beweegmomenten op maat gemaakt zijn in co-creatie met de leerlingen zelf. Voorwaarde is de betrokkenheid van het schoolteam. 

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk 

Doel de aanpak

het ontwerpen van een stappenplan waarmee vmbo-leerlingen op basis van eigen kracht plus de mogelijkheden van de school en de buurt 

SALVO

Resultaten van de aanpak: 

sport wordt ingezet als belangrijk onderdeel van de vrije tijd van jongeren. Vanwege het succes in IJsland zijn inmiddels ook zes Nederlandse gemeenten aan de slag gegaan. Het IJslands model benadrukt het belang van georganiseerde vrijetijdsbesteding voor jongeren. Voorwaarde is dat de activiteiten van goede kwaliteit zijn. Dat betekent dat de activiteiten worden begeleid door professionals, die een goed rolmodel zijn voor jongeren. Daarnaast vinden de activiteiten plaats in een gezonde omgeving waar jongeren niet in aanraking komen met middelen. Dit kunnen verschillende typen activiteiten zijn, zoals sport, kunst en cultuur. Diverse IJslandse onderzoeken tonen aan dat meer deelname aan georganiseerde activiteiten in de vrije tijd mogelijk samenhangt met minder alcoholgebruik. 

Inhoud van de aanpak:

er wordt ingezet op vier belangrijke omgevingsfactoren van de jongeren: vrije tijd, gezin, school en peergroep. In de vrije tijd speelt sport een belangrijke rol. Voor ieder kind een geldbedrag vrijmaken voor deelname aan kwalitatief goede vrijetijdsactiviteiten: dat ziet men in IJsland als een sterke boodschap richting ouders over het belang van zinvolle, kwalitatieve invulling van de vrije tijd van kinderen. 

Beschikbare materialen

Ontworpen vanuit model: 

systeemdenken

Doel van de aanpak: 

aanbod creëren voor jongeren, ter voorkoming van middelengebruik.

IJslands preventiemodel  

Beschikbare materialen

Resultaten van de aanpak: 

er zijn momenteel meer dan 1500 Gezonde Scholen in Nederland. 333 VO/VSO scholen met een vignet, en 150 met het deelcertificaat bewegen en sport. https://mijngezondeschool.nl/zoektool 

Inhoud van de aanpak: 

Gezonde School is een programma dat scholen helpt om te werken aan een gezonde leefstijl. Volgens een stappenplan werken zij aan verschillende thema's, waaronder sport en bewegen. Ook is er de inzet van een Gezonde School-coördinator binnen de school en een externe adviseur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-ecologisch raamwerk 

Doel de aanpak

met de Gezonde School-aanpak krijgt de school beter inzicht in de leefstijl van leerlingen en risicofactoren. Op basis daarvan kiest de school passende gezondheidsthema’s en erkende Gezonde School-activiteiten. Gezonde School helpt om doelgericht en efficiënt te werken aan de gezondheid van leerlingen. Daarmee wordt een gezonde leefstijl op school vanzelfsprekend. 

Gezonde school aanpak

Beschikbare materialen

Resultaten van de aanpak: 

inactieve jongeren hebben weinig zelfvertrouwen over hun (sport)prestaties. Dat weerhoudt hen ervan om aan sport te doen, want hierdoor is zelfs al het meedoen aan een proefles, en dus meedoen met een team dat al op een bepaald niveau zit, een hoge drempel. Het huidige sportaanbod wordt geassocieerd met prestatie, terwijl inactieve jongeren sporten voor de gezelligheid en om iets met hun vrienden te ondernemen. Inactieve jongeren willen afwisseling en keuzevrijheid. Een lidmaatschap van een jaar bij een sportvereniging sluit daarom niet aan bij hun behoeften. Uit de evaluaties (Nieuwenhuis, in press) komt naar voren dat het minder competitieve karakter, kansengelijkheid tussen goede en slechte sporters en beleving een grote rol spelen. Bovendien blijkt deze formule 58% van de niet-sporters te activeren om mee te doen. 

Inhoud van de aanpak: 

Shufflesport is een combinatie van twee sporten, bijvoorbeeld obstacle-voetbal of trampoline-fitness. Dit is een initiatief op basis van gesprekken met de doelgroep. Het achterliggende idee is dat het meeste sportaanbod momenteel te veel draait om prestaties en beter worden, terwijl veel jongeren de gezelligheid en sporten met vrienden belangrijk vinden. Bij ShuffleSports staan daarom de volgende punten centraal: 

  • Het draait niet om prestatie en het kunnen, maar om gezelligheid en het proberen.
  • Het is een vernieuwend aanbod met een geheel nieuwe identiteit en dus zonder competitief imago.
  • Geen lidmaatschap voor een jaar, maar elke maand een andere ShuffleSport.
  • Door bestaande sporten te combineren ontstaat een nieuwe vorm, waardoor het instapniveau lager ligt. 

Ontworpen vanuit model: 

sociaal-cognitief gedragsmodel 

Doel de aanpak

meer vmbo’ers in beweging krijgen. 

(SBGL looptijd 2010 t/m 2012)

*N.B. Er zijn nog geen documenten beschikbaar van het onderzoek voor de onderbouwing van de aanpak of van resultaten van de aanpak. 

ShuffleSports  

Op beleidsniveau wordt bijvoorbeeld vanuit een visie uitbreiding van uren LO (bijv. VMBO in beweging) ingezet, of het creëren van ruimte in het schoolrooster (bijv. SALVO). In de fysieke omgeving zijn bijvoorbeeld sportfaciliteiten (bijv. VMBO in beweging) en aanschaf van los spelmateriaal ingezet (SALVO). De sociale omgeving spelen de programmering, dus het aanbod van activiteiten (bijv. Keep Youngsters Involved, Shuffle Sports, SALVO, IJslands Preventiemodel), en anderzijds de rol van docenten mee (bijv. Keep Youngsters Involved, SALVO) bij het stimuleren van leerlingen om deel te nemen aan activiteiten. Bij het rekening houden met verschillen tussen leerlingen kan bijvoorbeeld een participatieve aanpak (bijv. Keep Youngsters Involved, SALVO) ingezet worden, of leerlingen zelf doelen laten formuleren (bijv. Goalkeeper). 

Uit bovenstaande good practices blijkt dat een multicomponenten-aanpak minimaal nodig is voor gedragsverandering bij vmbo-leerlingen. Werkzame elementen passen bij het sociaal-ecologisch raamwerk: een combinatie van een verandering op beleidsniveau en in de fysieke en sociale omgeving, rekening houdend met verschillen tussen leerlingen.

Samenvatting werkzame elementen vanuit de good practices 

Aandacht voor de niet- en zwakkere beweger 

Het beweeggedrag hangt samen met andere factoren, zoals motorische vaardigheid, fysieke fitheid, gewicht en zelfbeeld (Stodden, 2008). Als je beweegaanbod creëert, is het dus handig om rekening te houden met deze samenhang. Vooral jongeren die minder vaardig zijn, zullen minder graag meedoen. Ze zijn vaak minder fit en hebben een lager zelfbeeld, waardoor ze zich kunnen schamen (Moreno-Murcia et al., 2011) voor hun minder goede vaardigheden. 

Conclusie

Aanpakken die gebaseerd zijn op het model van sociaal-cognitieve gedragsverandering en het sociaal-ecologisch raamwerk hebben goede resultaten, maar we zien veel potentie in een aanpak die op het systeemdenken is gebaseerd. Alle omgevingen van de jongere in het vmbo worden dan namelijk meegenomen in de aanpak. Hieronder nog wat korte tips. 

Dit betekent dat er voldoende keuze geboden moet worden om deel te kunnen nemen. Zowel in soort sport als in moment, voorwaarden en context. 

De participatie van jongeren zorgt ervoor dat aanpakken beter aansluiten bij hun leefwereld, wat de kans op succes vergroot. (Grootens-Wiegers, 2016; Dedding et al., 2013; Patton, 2016). Het is cruciaal dat jongeren beweegactiviteiten als betekenisvol ervaren. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 2010) dat handvatten biedt om de motivatie van jongeren te versterken. Daarnaast levert participatie ook voor de jongeren zelf wat op (Dedding et al., 2013). 

Laat jongeren inhoud en richting (mede) bepalen 

jongeren met een lage of hoge sociaal-economische thuissituatie, waarbij bijvoorbeeld kosten voor sportaanbod een beperking kunnen zijn voor jongeren met minder financiële mogelijkheden (Sarti et al., 2019). 

Tip 2
Tip 1
Tip 3

Dé jongere in het vmbo bestaat niet. Er zijn bijvoorbeeld verschillen tussen: 

Houd rekening met verschillen tussen jongeren in het vmbo 

jongens en meisjes in motivatie om te sporten, waarbij voor meisjes de sociale component van bewegen belangrijker is (Rowlands & Gough, 2017) 

jongeren die al wel of nog niet lichaams-veranderingen meemaken, waarbij meisjes het soms niet prettig vinden om met jongens samen te bewegen en sporten (Lems et al , 2020) 

jongeren van verschillende culturen (Langøien et al., 2017; Muturi et al., 2016)