Dit is een uitgave van

Het hoofdstuk theoretisch kader laat een aantal overgangen zien in het denken over gedragsverandering. De afgelopen decennia beïnvloedden verschillende theorieën de kijk op het veranderen van sport- en beweeggedrag. Van een individuele benadering naar omgevingsfactoren (sociaal-cognitieve en sociaal-ecologische modellen) en de interactie tussen beide, tot aan het huidige systeemdenken waarin alle betrokken factoren én hun interacties in kaart zijn gebracht. Dat systeem kan groot of klein zijn. Zo kun je een school zien als systeem, dat weer onderdeel is van een groter systeem. Inzicht in het systeem laat zien welke partners betrokken (moeten) zijn bij het opschalen van succesvolle initiatieven en het beïnvloeden van factoren. Systemen zijn echter niet zomaar te kopiëren en liggen ook niet vast. Het is dus belangrijk ze te blijven bekijken en aanpassen, met oog op de gewenste impact en implementatie. 

Naast deze verschillen tussen de algemene groep jongeren in het vmbo en leeftijdsgenoten lijken er ook grote verschillen bínnen die groep te zijn. De vraag is hoe verschillen in sport- en beweeggedrag tussen regio’s of tussen meer of minder stedelijke gebieden zich verhouden. Ook is de vraag hoe etnische achtergrond en andere aspecten van diversiteit een rol spelen. Daarnaast kunnen de motieven en belemmeringen van verschillende jongeren beter in beeld gebracht worden. Deze overwegingen mogen worden meegenomen bij de keuze van onderzoek en aanpakken.

De werkende aanpakken zijn veelal gebaseerd op het sociaal-cognitieve of sociaal-ecologische raamwerk. Vernieuwend is een aanpak die op systeemdenken is gebaseerd. Alle omgevingen van de jongeren in het vmbo worden dan meegenomen. Een multicomponenten-aanpak is minimaal nodig voor gedragsverandering bij vmbo-leerlingen. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van de volgende werkzame componenten: een verandering op beleidsniveau, aanpassingen in de fysieke en sociale omgeving en het rekening houden met verschillen tussen leerlingen. 

Tot slot is het belangrijk om te onthouden: dé jongere in het vmbo bestaat niet. Leer de jongeren kennen en betrek ze vanaf het begin bij het ontwikkelen van een aanpak. Dat zorgt ervoor dat de aanpak beter aansluit op hun leefwereld en vergroot de kans op succes. 

Het hoofdstuk beelden en cijfers brengt de grootte van het probleem in kaart van lage sportdeelname onder jongeren in het vmbo tegenover leeftijdsgenoten op andere onderwijsniveaus. Vmbo-leerlingen blijven achter in sport- en beweeggedrag ten opzichte van andere jongeren in het voortgezet onderwijs. Jongens sporten meer dan meisjes en doen dit meer in teams. Bovendien blijken jongeren in het vmbo veel te zitten; meisjes het meest. Ook het gebruik van sociale media en de tijd besteed aan gamen valt op.

Het hoofdstuk implementatie geeft handvatten om de doelgroep te betrekken en de meeste impact in de praktijk te maken. Implementatie is een paraplubegrip waaronder verschillende aspecten vallen. De volgende vijf kernwaarden staan centraal: 

  • Bepaal wie je wilt betrekken bij het onderzoek en de toepassing. 
  • Formuleer de vraag met direct betrokkenen. 
  • Onderzoek de mate van evidentie en effectiviteit. 
  • Sta stil bij de adoptie van de oplossing. 
  • Zorg voor borging van de aanpak. 

Onthoud: implementatie komt niet pas aan het eind in zicht, maar start aan de voorkant, bij het ontwerpen van nieuw onderzoek. Daarmee is het als een doorlopend proces vanaf het begin geïntegreerd. 

7. Samenvatting
7

Het hoofdstuk theoretisch kader laat een aantal overgangen zien in het denken over gedragsverandering. De afgelopen decennia beïnvloedden verschillende theorieën de kijk op het veranderen van sport- en beweeggedrag. Van een individuele benadering naar omgevingsfactoren (sociaal-cognitieve en sociaal-ecologische modellen) en de interactie tussen beide, tot aan het huidige systeemdenken waarin alle betrokken factoren én hun interacties in kaart zijn gebracht. Dat systeem kan groot of klein zijn. Zo kun je een school zien als systeem, dat weer onderdeel is van een groter systeem. Inzicht in het systeem laat zien welke partners betrokken (moeten) zijn bij het opschalen van succesvolle initiatieven en het beïnvloeden van factoren. Systemen zijn echter niet zomaar te kopiëren en liggen ook niet vast. Het is dus belangrijk ze te blijven bekijken en aanpassen, met oog op de gewenste impact en implementatie. 

Dit is een uitgave van

De werkende aanpakken zijn veelal gebaseerd op het sociaal-cognitieve of sociaal-ecologische raamwerk. Vernieuwend is een aanpak die op systeemdenken is gebaseerd. Alle omgevingen van de jongeren in het vmbo worden dan meegenomen. Een multicomponenten-aanpak is minimaal nodig voor gedragsverandering bij vmbo-leerlingen. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van de volgende werkzame componenten: een verandering op beleidsniveau, aanpassingen in de fysieke en sociale omgeving en het rekening houden met verschillen tussen leerlingen. 

Tot slot is het belangrijk om te onthouden: dé jongere in het vmbo bestaat niet. Leer de jongeren kennen en betrek ze vanaf het begin bij het ontwikkelen van een aanpak. Dat zorgt ervoor dat de aanpak beter aansluit op hun leefwereld en vergroot de kans op succes. 

Naast deze verschillen tussen de algemene groep jongeren in het vmbo en leeftijdsgenoten lijken er ook grote verschillen bínnen die groep te zijn. De vraag is hoe verschillen in sport- en beweeggedrag tussen regio’s of tussen meer of minder stedelijke gebieden zich verhouden. Ook is de vraag hoe etnische achtergrond en andere aspecten van diversiteit een rol spelen. Daarnaast kunnen de motieven en belemmeringen van verschillende jongeren beter in beeld gebracht worden. Deze overwegingen mogen worden meegenomen bij de keuze van onderzoek en aanpakken.

Het hoofdstuk beelden en cijfers brengt de grootte van het probleem in kaart van lage sportdeelname onder jongeren in het vmbo tegenover leeftijdsgenoten op andere onderwijsniveaus. Vmbo-leerlingen blijven achter in sport- en beweeggedrag ten opzichte van andere jongeren in het voortgezet onderwijs. Jongens sporten meer dan meisjes en doen dit meer in teams. Bovendien blijken jongeren in het vmbo veel te zitten; meisjes het meest. Ook het gebruik van sociale media en de tijd besteed aan gamen valt op.

Dit whitepaper is bedoeld om een overzicht te bieden van de bestaande kennis rondom het thema vmbo-jeugd en sportdeelname. De inhoudelijke kennis van dit whitepaper wordt in de aankomende jaren aangevuld. De kernboodschap? Betrek de doelgroep vanaf de start bij de gewenste activiteiten en toekomstig onderzoek. Deze aanpak bevordert de toepassing van bestaande en nieuwe kennis via onderzoek en innovatie, en maakt de grootste impact. Hieronder volgt per hoofdstuk een korte samenvatting. 

Het hoofdstuk implementatie geeft handvatten om de doelgroep te betrekken en de meeste impact in de praktijk te maken. Implementatie is een paraplubegrip waaronder verschillende aspecten vallen. De volgende vijf kernwaarden staan centraal: 

  • Bepaal wie je wilt betrekken bij het onderzoek en de toepassing. 
  • Formuleer de vraag met direct betrokkenen. 
  • Onderzoek de mate van evidentie en effectiviteit. 
  • Sta stil bij de adoptie van de oplossing. 
  • Zorg voor borging van de aanpak. 

Onthoud: implementatie komt niet pas aan het eind in zicht, maar start aan de voorkant, bij het ontwerpen van nieuw onderzoek. Daarmee is het als een doorlopend proces vanaf het begin geïntegreerd. 

7. Samenvatting
7