Aanpak van een positieve sportcultuur is niet vrijblijvend. Wil je er als gemeente serieus werk van maken, de aanpak waar nodig tussentijds bijsturen en de energie er ook inhouden bij andere partijen? Dan is het belangrijk om goed te volgen in hoeverre de gestelde doelen dichterbij komen. Hebben de geplande inspanningen het gewenste effect gehad?

Vragen die helpen bij het inrichten van de monitoring en evaluatie:

• Welke indicatoren gebruiken we?

• Hoe krijgen we zicht op input, throughput, output en outcome?          Welke instrumenten zetten we hiervoor in?

Monitoring en evaluatie:
Hoe meten we resultaten?

Om goed te monitoren en evalueren heb je indicatoren nodig. Dat wil zeggen: factoren waarmee je de doelen operationaliseert of meetbaar maakt. Maak daarbij onderscheid tussen de meer ‘harde’ gegevens om zaken te meten en de ‘zachte’ gegevens om bijvoorbeeld gevoelens van (on)veiligheid en ervaringen van mensen en doelgroepen te peilen.

Je houdt bij de monitoring en evaluatie rekening met verschillende onderdelen: de input, throughput, output en outcome.

In hoofdstuk 2 kwam het voorbeeld naar voren van gemeente X die als doel heeft: ‘het terugdringen van alle vormen van racisme, discriminatie en andere vormen van uitsluiting’. Mogelijke indicatoren zijn dan ‘De mate waarin er in sportvereniging grappen of opmerkingen maken over herkomst en huidskleur en religieuze achtergrond of overtuigingen, volgens verenigingsbestuurders’ en ‘De mate waarin homonegativiteit voorkomt bij verenigingen, volgens verenigingsbestuurders’. Beide indicatoren komen voor in de Monitor Sportakkoord van het Mulier Instituut, wat als bijkomend voordeel heeft dat je de resultaten kunt vergelijken met landelijke cijfers.

Welke indicatoren gebruiken we?
Hoe krijgen we zicht op input, throughput, output en outcome? Welke instrumenten zetten we hiervoor in?

Tot slot geeft outcome weer in hoeverre er daadwerkelijk effect is bereikt met de activiteiten die zijn ingezet om de doelstellingen te behalen. Is een sportvereniging nu veiliger? Is discriminatie teruggedrongen? Is er minder geweld rondom de velden? Er is vaak geen eenduidig antwoord op de vraag wat de outcome is geweest, omdat de exacte invloed van beleid zich moeilijk laat bepalen. Andere ontwikkelingen kunnen eveneens van invloed zijn op een positieve sportcultuur, hoe groot is dan de invloed van de gemeentelijke maatregelen en inspanningen? Het monitoren van de outcome kan wel aangeven of de positieve sportcultuur er na verloop van tijd beter voor staat of niet. Zo werkt de gemeente Arnhem met een verenigingsmonitor waar specifieke vragen over positieve sportcultuur in worden opgenomen. Daarnaast kun je vragen gebruiken als: hoeveel mensen in de gemeente zijn meer gaan sporten en/of bewegen? Hoeveel mensen hebben te maken met discriminatie of uitsluiting? Tot slot: juist bij de outcome is het belangrijk om ook oog te hebben voor het verhaal achter de cijfers.

Outcome

Bij output gaat het om de daadwerkelijke prestaties in de vorm van producten, diensten en activiteiten die je levert om de beleidsdoelstellingen te realiseren. Dit gaat bijvoorbeeld over het aantal activiteiten dat  voortkomt  uit een project en wat de tevredenheid van betrokkenen van projecten is geweest. Indicatoren zijn  bijvoorbeeld: de hoeveelheid activiteiten die hebben plaatsgevonden, het bereik van het aantal mensen via campagnes of  het aantal clubs dat een ondersteuningstraject heeft doorlopen.

Output

Dit heeft betrekking op de activiteiten die je inzet om de beoogde doelen te behalen. Oftewel hoe zet je de input om in output. Hierbij kijk je dus naar de processen; hoe verliepen die? Werkten betrokkenen goed samen? Hoe verliep de communicatie? Indicatoren richten zich bijvoorbeeld op de samenwerking (tevredenheid samenwerkingspartners, mate van betrokkenheid, inclusief tijdsinvestering), de taak- en rolverdeling of een beoordeling van de planning. Voor de onderzoeksaanpak kun je denken aan een netwerkanalyse, de zelfscan samenwerking of checklist samenwerking. Ook aparte lerende sessies met de betrokken partijen om het proces te evalueren draagt bij aan meer inzicht in de effectiviteit van dit onderdeel.

Throughput

Input gaat over de middelen die je inzet  om de beleidsdoelstellingen te behalen, zoals geld, personeel en materieel. De input geeft een indruk van de omvang van een programma. Bij het monitoren van de input kijk je vaak naar de financiële verantwoording. Zijn budgetten overschreden en is het budget toereikend voor de gestelde doelen? Mogelijke indicatoren zijn het aantal fte dat zich bezighoudt met het programma positieve sportcultuur of het budget dat ervoor gereserveerd is.

Input

Dit hoofdstuk geeft een eerste beeld van het monitoren en evalueren van beleid op het gebied van positieve sportcultuur. Om je verder op weg te helpen bij deze stap kun je de Monitoring- en Evaluatiewijzer van het Kenniscentrum Sport & Bewegen raadplegen. Dit document biedt een uitgebreide beschrijving van een gedegen aanpak op het gebied van monitoring en evaluatie.

Voorbeelden van monitoringsinstrumenten:
  • Stichting Life Goals ontwikkelde een tool voor impact monitoring om op basis van data de maatschappelijke waarde van een organisatie inzichtelijk te maken.
  • De SportKlimaat app van het Mulier Instituut kan op eenvoudige wijze onsportieve gedragingen tijdens wedstrijden vastleggen
  • De vitaliteitsindex van het Mulier Instituut vertelt of een vereniging nu en in de toekomst goed in staat is om zijn sport(en) aan zijn leden aan te bieden, brengt inzicht in hoe de samenwerking met andere (niet) sportorganisaties verloopt, en meet hoe het op de sportvereniging is gesteld met gezondheid en normen en waarden.
Hulpvragen en tips