Tijd voor actie! Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om met concrete acties en maatregelen de lokale positieve sportcultuur daadwerkelijk te verbeteren. Om maximaal effect te sorteren is het van belang dat de acties en maatregelen aansluiten bij de lokale context (stap 1), echt bijdragen aan de geformuleerde doelen (stap 2) en optimaal de mogelijkheden en kwaliteiten van spelers in het veld gebruiken(stap 3). In stap 4 pluk je dus de vruchten van al het voorwerk in de eerste drie stappen. De volgende vragen helpen op weg:

De volgende vragen helpen je op weg:

• Welke acties en maatregelen zetten we in?

• Met welke randvoorwaarden moeten we rekening houden?

• Wie pakt welke acties op en hoe ga je dat met elkaar doen?

• Hoe zorgen we voor borging en structurele financiering?

• Welke tools en interventies zijn er per pijler?

Implementatie en uitvoering:
Wat gaan we doen?
Hulpvragen en tips

Stel per doel of doelgroep vast welke acties en interventies het meest passen. Ook hier geldt: hoe concreter hoe beter. Ter inspiratie presenteren we hierna een aantal mogelijke acties, maatregelen en interventies. Om het overzichtelijk te houden zijn deze geclusterd per thematische pijler.

Hierna gaan we nader in op deze hulpvragen. Daarbij passeren diverse mogelijke interventies, stappenplannen, tools en scans uit de praktijk de revue. Deze lijst met voorbeelden en hulpmiddelen (ongetwijfeld niet volledig) is nadrukkelijk bedoeld ter inspiratie en niet om als blauwdruk over te nemen! Want kant-en-klare interventies zijn er niet: het gaat er juist om te komen tot acties en maatregelen die passen bij de lokale context, de gemeentelijke doelen en het bredere krachtenveld. Dat kan niet genoeg worden benadrukt.

Welke acties en maatregelen zetten we in?
Wie pakt welke acties op en hoe ga je dat met elkaar doen?

Uiteindelijk bepalen de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering de mate van succes. De plannen kunnen nog zo goed zijn, maar als de uitvoering niet deugt, zal de meerwaarde ook beperkt zijn. Investeer dus vooral in de relatie met goede en enthousiaste mensen die de plannen moeten gaan uitvoeren. Zorg voor een goede organisatie, een logische rolverdeling, goede afstemming en zo nodig ook training en scholing van betrokkenen.

Wensen en mogelijkheden van sportaanbieders

De uitdaging zit vooral in het gesprek met de verenigingen; zij vormen meestal het belangrijkste aangrijpingspunt bij de implementatie van een aanpak ter bevordering van een positieve sportcultuur. Zij hebben veelal te maken met praktische problemen als het vinden van genoeg leden en vrijwilligers of de financiën op orde krijgen. Houd dus rekening met de wensen en mogelijkheden van sportaanbieders: wat kunnen zij bijdragen aan de doelen en wat hebben ze daar voor nodig? Bedenk goed wat het werken aan een positieve sportcultuur hun kan opleveren. Wat kan de gemeente hun bieden, bijvoorbeeld op het gebied van verenigingsondersteuning?

Sturen via subsidiëring

Andersom mag je als gemeente ook best wel wat verwachten van een sportvereniging. Veel sportverenigingen worden – direct of indirect – gesubsidieerd, omdat ze een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben. Als tegenprestatie voor die subsidie kun je enkele logische voorwaarden verbinden op het gebied van positieve sportcultuur, zoals een VOG voor iedere trainer en coach, de aanwezigheid van een vertrouwenscontactpersoon op iedere club en een protocol voor grensoverschrijdend gedrag. Zeker als sportaanbieders een rol spelen in sportstimuleringsactiviteiten die onder gemeentelijke vlag plaatsvinden, is het logisch dat sporters en ouders er van op aan kunnen dat deze sportaanbieders aan een aantal basisvoorwaarden voldoen.

Het kan ook de andere kant op werken: je kunt clubs ook stimuleren om aan de slag te gaan door aanmoedigingssubsidies. Bijvoorbeeld door het instellen van een budget voor positieve sportcultuur. In ‘Het aanvalsplan tegen racisme’ kondigt VWS aan om haar subsidieregeling

uit te breiden met de rubriek veiligheidsbevorderende maatregelen. Dit betekent dat amateurclubs die investeringen doen om de veiligheid op en rond hun sportcomplex te vergroten, 30% van hun investeringsbedrag terugkrijgen. Denk daarbij aan investeringen in camerabewaking of andere ingrepen in de fysieke omgeving die de veiligheidsbeleving vergroten. Deze investeringen helpen om incidenten te voorkomen en in beeld te brengen.

Hoe zorgen we voor borging en structurele financiering? Natuurlijk is het de bedoeling dat alle inzet en inspanningen een blijvend effect hebben. Dat toeschouwers zich tijdens pupillenwedstrijden consequent goed blijven gedragen of dat iedereen zich over vijf jaar nog steeds welkom voelt binnen de sportclubs. Daarvoor is het nodig dat het ingezette beleid verankerd wordt.

Tools en interventies per pijler ter inspiratie

Uiteraard moeten de interventies passen bij beschikbare randvoorwaarden. Denk aan:

Met welke randvoorwaarden moet je rekening houden?
  • Budget en middelen: is er voldoende geld beschikbaar om alle plannen uit te voeren?
  • Menskracht: zijn er voldoende mensen voor de uitvoering en coördinatie? Beschikken zij over de juiste competenties? 
  • Tijd en planning: op welke termijn verwachten we resultaat te kunnen zien en is dat vroeg genoeg? Als blijkt dat e.e.a. niet haalbaar is, leidt dat er soms toe dat je doelen moet bijstellen ( zie stap 2 ) of  een nadere fasering moet aanbrengen.
  • Financiële borging: Welke structurele financiering is er beschikbaar waar je met je project bij aan kunt haken? Past een bepaalde interventie in het reguliere programma van de buurtsportcoaches of het jongerenwerk? Past de activiteit mogelijk bij structurele aanpakken van andere beleidsterreinen, zoals de WMO of de zorg? Hoe kun je samen met je collega van het sociaal domein werken aan de acceptatie van LHBTIQ+‘ers? Of zorg je er met je collega openbare ruimte voor dat de veiligheid rondom sportaccommodaties een plek heeft binnen de omgevingsvisie? En welke budgetten zijn daarvoor beschikbaar binnen de andere beleidsterreinen?
  • Borging van kennis en expertise: Hoe blijft de benodigde en verworven kennis en expertise de komende jaren beschikbaar? Het helpt om afspraken, aanpakken en resultaten op papier te zetten en actief te communiceren. Kun je dit beleggen bij een projectgroep die aan de slag gaat met interventies?
  • Borging van de samenwerking: Er is de meeste kans op structureel succes als er sprake is van lokale samenwerking tussen de sport- en beweegaanbieders en andere organisaties, zoals GGD, jongerenwerk, zorg- en welzijnsorganisaties en scholen. Sluit vooral aan bij bestaande programma’s, zoals JOGG of het netwerk rond het lokaal sportakkoord. Maak helder wat de gedeelde belangen zijn en welke doelen de betrokken organisaties hebben. Welke ’stabiele ankerpunten’ kun je identificeren: die organisaties of mensen die zich hard maken voor het project, deskundig zijn, de middelen hebben en de juiste doelgroepen kennen. En maak vooral de successen zichtbaar. Dit vergroot de energie en het draagvlak binnen de samenwerking.

Daarbij gaat het onder andere om:
Positieve Sportcultuur in de praktijk: Amsterdam
Praktijkvoorbeelden