Wat willen we precies bereiken? Bij wie? En wanneer? Het feitelijk oplossen van een onveilige situatie zoals een gevaarlijke oversteekplek is iets heel anders dan het oplossen van gevoelens van onveiligheid of het stimuleren van een ontwikkelingsgerichte omgeving bij sportclubs. Het vergt een andere aanpak. Wat je wil bereiken hangt ook af van je doelgroep. Wil je als gemeente het pedagogisch bewustzijn van verenigingsbestuurders en trainers vergroten je vooral dat ouders zich langs te lijn beter gedragen? Welke effecten hoop je te bereiken en wanneer ben je tevreden?

Vragen die bij het bepalen van doel en doelgroep helpen:

  • Wat willen we op hoofdlijnen bereiken?
  • Op wie richten we ons?
  • Wat willen we concreet bereiken op de korte termijn en wat zijn de ambities op de langere termijn?
Doelen en doelgroep:
Wat willen we bij wie bereiken?
Ter illustratie

Als doel heeft gemeente X ‘het terugdringen van alle vormen van racisme, discriminatie en andere vormen van uitsluiting’. Een SMART-uitwerking van dit doel is: op dit moment geeft 40% van de verenigingen aan dat er weleens grappen of opmerkingen worden gemaakt over herkomst, huidskleur of religieuze achtergrond. Dit moet over drie jaar gedaald zijn naar 20%.

Hulpvragen en tips

Wat willen we op hoofdlijnen bereiken? Hoe ziet een positieve sportcultuur er in onze gemeente uit? Waar willen we naartoe? Na het bepalen van de huidige situatie en het in kaart brengen van de wensen en behoeften is het belangrijk om op basis daarvan te beschrijven wat je als gemeente wilt bereiken op het gebied van positieve sportcultuur, voor wie en waarom. Kortom, in deze stap concretiseer je de doelen in combinatie met de doelgroep.

Het helpt om als gemeente zelf piketpalen te slaan en aan te geven waar je voor staat en naartoe wil met het thema positieve sportcultuur. Dat kan inspirerend werken en voor betrokkenen ook reden zijn om daar onderdeel van uit te willen maken. Een handig vertrekpunt vormen de eerder genoemde pijlers van een positief sportklimaat. Op welke pijler(s) wil je als gemeente (als eerste) inzetten, mede gegeven de lokale context (zie stap 1)? Ter inspiratie is hiernaast per pijler een voorbeeld gegeven van mogelijk te stellen doelen. Het is belangrijk om nogmaals dat het niet nodig en ook niet wenselijk is om al deze doelen na te jagen; hoe gerichter de keuzes en formulering van de doelen, hoe kansrijker het beleid.

Bedenk bij het bepalen van je doelen ook welke rol de gemeente voor zichzelf ziet weggelegd in het bevorderen van een positieve sportcultuur. Is de gemeente vooral de regisseur die de partijen verbindt of zelf de uitvoerder van activiteiten? Is de gemeente vooral inspirator die verenigingen enthousiasmeert of ziet zij voor zichzelf meer een rol als handhaver die erop toeziet dat partijen in het veld zich ook daadwerkelijk houden aan gemaakte afspraken? Het gaat erom dat de doelen passen bij de rol.

Tenslotte is het zaak om de doelen te concretiseren: wat willen we precies bereiken en bij wie? Hoe duidelijker en concreter de doelen worden geformuleerd, hoe makkelijker het wordt om bijpassende plannen te maken en effectieve maatregelen te treffen. Bij voorkeur stel je een aantal SMART*-geformuleerde prestatie-indicatoren vast, zodat voor iedereen helder is waar je met elkaar naartoe wilt. Je kunt daarbij onderscheid maken tussen Outcome doelen (effect) en Output doelen (prestatie). Outcome doelen hebben betrekking op de maatschappelijke effecten die je beoogt. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van het veiligheidsgevoel rondom sportaccommodaties of het vergroten van de inclusiviteit bij sportverenigingen. Output doelen zijn de concrete resultaten en prestaties die bijdragen aan het behalen van de outcome doelen. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal georganiseerde activiteiten, het aantal rookvrije sportaccommodaties, of de verplichting van een VOG voor alle trainers en coaches.

Wat willen we concreet bereiken op de korte termijn en wat zijn de ambities op de langere termijn?

Vervolgens bepaal je voor welke doelgroep(en) je deze doelen opstelt. Bij wie wil je een bepaalde verandering realiseren: gaat het om sportende jeugd, hun ouders, trainers of verenigingsbestuurders? Zo hebben Amsterdam en Arnhem een visie waarbij het versterken van technisch en bestuurlijk kader voorop staat. Via hen proberen ze andere groepen te beïnvloeden, maar het beleid richt zich op deze doelgroep. Zo’n duidelijke focus helpt bij het vaststellen van de doelen, maar ook verderop in het proces, bij de implementatie en uitvoering. (zie stap 4)

Op wie richt jouw gemeente zich?

*SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden

Praktijkvoorbeelden
Positieve Sportcultuur in de praktijk: Groningen