Nu je de situatie in de gemeente kent en weet waar je je op wilt richten kun je aan de slag. Maar dat doe je logischerwijs niet alleen. Wie kunnen er allemaal een bijdrage leveren aan een positieve sportcultuur en wie is waarvoor verantwoordelijk? Stel jezelf de volgende vragen:

Om je op weg te helpen kun je jezelf de volgende vragen stellen:

  • Welke spelers zijn er in het veld?
  • Wat is ieders rol en belang?
  • Welke beleidsmatige verbindingen liggen er al?
  • Welke verbindingen zien we in de uitvoeringspraktijk?
  • Op welke bestaande samenwerkingen kunnen we aansluiten?

Op de volgende pagina laten we zien hoe het veld eruitziet: welke partijen zijn betrokken en  waarvoor kun je ze inzetten.

Betrokken partijen:
Welke partijen kunnen we gebruiken?
Positieve Sportcultuur in de praktijk: Arnhem
Praktijkvoorbeelden
Interne belanghebbenden – Team
Externe stakeholders

De externe stakeholders zijn de partijen buiten de gemeente, en dat zijn er nogal wat. Hier gaat het om alle partijen die binnen jouw gemeente een betrokkenheid (kunnen) hebben bij het thema positieve sportcultuur en daar een rol in kunnen vervullen. Is hier al sprake van verbindingen waar je op aan kunt sluiten? Welke verantwoordelijkheid heeft iedere partij? Zo kunnen wijkagenten een belangrijke rol spelen als aanspreekpunt als verenigingen te maken krijgen met excessen zoals vermeend misbruik of signalen van crimineel gedrag. En zo kunnen scholen een rol spelen als het gaat om het voorlichten van jongeren over thema’s als respect en pesten in onder andere de sport.

Interface stakeholders zijn (veelal landelijke of regionale) partijen die invloed uitoefenen door middel van wet- en regelgeving. Het gaat om overheden, bonden en instanties. Als gemeente kun je gebruik maken van de kennis van die verschillende organisaties. Het Centrum Veilige Sport biedt bijvoorbeeld allerlei handvatten bij vermoedens van onder meer seksuele intimidatie. Daar heeft een sportvereniging een verantwoordelijkheid in, maar vanuit een gemeente kun je bestuurders en begeleiders wel informeren over hun meldplicht en ze wijzen op de handvatten van Centrum Veilige Sport. Een ander voorbeeld is het te ontwikkelen Keurmerk Vechtsportautoriteit van De Nederlandse Vechtsportautoriteit, die gemeenten kunnen gebruiken om te zien welke vechtsportscholen deugen en welke niet.

Interface stakeholders

De externe stakeholders zijn de partijen buiten de gemeente, en dat zijn er nogal wat. Hier gaat het om alle partijen die binnen jouw gemeente een betrokkenheid (kunnen) hebben bij het thema positieve sportcultuur en daar een rol in kunnen vervullen. Is hier al sprake van verbindingen waar je op aan kunt sluiten? Welke verantwoordelijkheid heeft iedere partij? Zo kunnen wijkagenten een belangrijke rol spelen als aanspreekpunt als verenigingen te maken krijgen met excessen zoals vermeend misbruik of signalen van crimineel gedrag. En zo kunnen scholen een rol spelen als het gaat om het voorlichten van jongeren over thema’s als respect en pesten in onder andere de sport.

Een positieve sportcultuur raakt aan onderwerpen waar ook andere gemeentelijke sectoren zich mee bezighouden. Zorg je ervoor dat je bij het vaststellen van de Omgevingsvisie genoeg bent aangesloten vanuit sport? Of weet je bij wie je binnen OOV om advies kunt vragen als er een melding van seksueel misbruik binnen de sport binnenkomt? En staat het thema op de agenda van de politiek en bestuur, onder meer door het op tijd te agenderen bij de raad?

Meer weten over verbinding tussen beleidsterreinen? Zie o.a. Beter benutten van sport in het sociaal domein of Handreiking Sport, bewegen en de Omgevingswet.

Interne belanghebbenden – Organisatie

Allereerst heb je te maken met de personen in je eigen team, de beleidsmedewerkers sport. Jullie stellen het beleid op, hebben invloed op de voorwaarden voor samenwerkende partners, onder andere waar het gaat om huur- en exploitatiesubsidies. Welke eisen stel je aan je partners? De gemeente Amsterdam stelde bijvoorbeeld een ondergrens vast waar het gaat om racisme, discriminatie en uitsluiting. Naast het proactief ondersteunen van clubs op dit gebied, gaat de gemeente ook strikter om met de voorwaarden voor samenwerking.

Een positieve sportcultuur raakt ontzettend veel partijen; ouders willen hun kinderen met een gerust hart bij de trainers achter kunnen laten, buurtsportcoaches proberen verenigingen zo goed mogelijk te ondersteunen, terwijl de wijkagent een veilige wijk wil, ook op de plekken waar gesport wordt. Als beleidsmedewerker sta je dus bepaald niet alleen. De figuur hiernaast geeft een indruk van de betrokken partijen waartoe je je als beleidsmedewerker verhoudt. Het gaat erom per partij te bepalen of deze een bijdrage kan leveren bij het behalen van het doel. De kunst is om de mogelijkheden en kwaliteiten van de verschillende spelers in het veld zo goed mogelijk te benutten. Een netwerkanalyse kan daarbij helpen.

Voorbeelden en tips