Terug naar de inhoudsopgave?

Het is en blijft een belangrijke vraag of esports een sport is. Het antwoord heeft wel degelijk gevolgen vanuit bijvoorbeeld fiscaal-juridisch zicht en ook als het gaat om de mogelijke toetreding tot de meer georganiseerde sport. De discussie wordt vooral gevoerd in de sportfilosofische literatuur en spitst zich met name toe op het lichamelijke karakter van de activiteit (zie hoofdstuk 7), de wijze waarop esports is georganiseerd, de aard en mate van institutionalisering (zie hoofdstuk 8). 

Is esports een volwaardige sport? 

Afbeelding 4. Rocket League speler SlimmErik (foto Jeroen Hoyng)

‘Competitive computer games do not qualify as sports, no matter what ‘resemblances’ may be claimed. Computer games are just that games’.

Over een aantal zogenaamde sportkenmerken is overeenstemming. Zo is er geen enkele discussie of esports een vorm van game is. Sportfilosoof Parry (2018, p.14) stelt zelfs dat esports ‘slechts’ computerspelletjes zijn, niet meer en niet minder: 




Er is ook geen discussie over de vraag of het binnen esports gaat om het belang van vaardigheden. Deze games vergen een hoge mate van vaardigheid en behoren niet tot de categorie kansspelen. Bovendien is over de verspreidingsgraad geen enkele discussie. Zo is het aantal beoefenaars wereldwijd aanmerkelijk groter dan bijvoorbeeld Olympische sporten als kleiduivenschieten of handboogschieten. 

In feite is er discussie over twee kenmerken en op grond waarvan sommigen dus zeggen esports is geen sport: ad.3. de fysieke vaardigheid en ad 5. institutionalisering. 

Tabel 5. een overzicht van de kenmerken waarover de discussie zich wel of niet afspeelt

Tabel 5. een overzicht van de kenmerken waarover de discussie zich wel of niet afspeelt

Wanneer je kijkt naar de omschrijving van de traditionele sport en hoe esports zich hiermee begripsmatig verhoudt,  blijkt dat over bepaalde kenmerken wel en over andere geen discussie is binnen de sportfilosofie.

Sportfilosofische overeenstemming of niet

Veel sportfilosofen kijken hoe esports zich als grensgeval verhoudt tot de traditionele sport. Voor de één is dan het oordeel ‘esports is geen sport’ (onder andere Abanizir, 2018; Abanizir, 2019; Borggrefe, 2018; Holt, 2016; Holt, 2018; Jenny e.a., 2016; Parry, 2018; Seth e.a., 2017; Wittkowsky, 2012).  Voor de ander is  esports wel degelijk een vorm van sport  (onder andere Hemphill, 2005; Gawrysiak, 2017; Van Hilvoorde en Pot, 2016; Rosell Llorens, 2017).

De conclusie uit het vorige hoofdstuk is dat de dominante visie sport omschrijft als ‘een geïnstitutionaliseerde game die wereldwijd wordt beoefend en waarbinnen fysieke vaardigheden worden getest in uiteenlopende competities.’ Met niet al te veel fantasie zijn hierin de Olympische sporten te herkennen. Dit kan als  dominante opvatting op sport worden aangemerkt. Toch zijn er wel degelijk activiteiten die wellicht voldoen aan bovenstaande omschrijving, maar waarover discussie is. Iets dat dus ook geldt voor esports.

6. Voldoet esports aan kenmerken
     van sport?
Terug naar de inhoudsopgave?

Het is en blijft een belangrijke vraag of esports een sport is. Het antwoord heeft wel degelijk gevolgen vanuit bijvoorbeeld fiscaal-juridisch zicht en ook als het gaat om de mogelijke toetreding tot de meer georganiseerde sport. De discussie wordt vooral gevoerd in de sportfilosofische literatuur en spitst zich met name toe op het lichamelijke karakter van de activiteit (zie hoofdstuk 7), de wijze waarop esports is georganiseerd, de aard en mate van institutionalisering (zie hoofdstuk 8). 

Is esports een volwaardige sport? 

Afbeelding 4. Rocket League speler SlimmErik            (foto Jeroen Hoyng)

‘Competitive computer games do not qualify as sports, no matter what ‘resemblances’ may be claimed. Computer games are just that games’.

Er is ook geen discussie over de vraag of het binnen esports gaat om het belang van vaardigheden. Deze games vergen een hoge mate van vaardigheid en behoren niet tot de categorie kansspelen. Bovendien is over de verspreidingsgraad geen enkele discussie. Zo is het aantal beoefenaars wereldwijd aanmerkelijk groter dan bijvoorbeeld Olympische sporten als kleiduivenschieten of handboogschieten. 

In feite is er discussie over twee kenmerken en op grond waarvan sommigen dus zeggen esports is geen sport: ad.3. de fysieke vaardigheid en ad 5. institutionalisering. 

Over een aantal zogenaamde sportkenmerken is overeenstemming. Zo is er geen enkele discussie of esports een vorm van game is. Sportfilosoof Parry (2018, p.14) stelt zelfs dat esports ‘slechts’ computerspelletjes zijn, niet meer en niet minder: 

Tabel 5. een overzicht van de kenmerken waarover de discussie zich wel of niet afspeelt

Tabel 5. een overzicht van de kenmerken waarover de discussie zich wel of niet afspeelt

Wanneer je kijkt naar de omschrijving van de traditionele sport en hoe esports zich hiermee begripsmatig verhoudt,  blijkt dat over bepaalde kenmerken wel en over andere geen discussie is binnen de sportfilosofie.

Sportfilosofische overeenstemming of niet

Veel sportfilosofen kijken hoe esports zich als grensgeval verhoudt tot de traditionele sport. Voor de één is dan het oordeel ‘esports is geen sport’ (onder andere Abanizir, 2018; Abanizir, 2019; Borggrefe, 2018; Holt, 2016; Holt, 2018; Jenny e.a., 2016; Parry, 2018; Seth e.a., 2017; Wittkowsky, 2012).  Voor de ander is  esports wel degelijk een vorm van sport  (onder andere Hemphill, 2005; Gawrysiak, 2017; Van Hilvoorde en Pot, 2016; Rosell Llorens, 2017).

De conclusie uit het vorige hoofdstuk is dat de dominante visie sport omschrijft als ‘een geïnstitutionaliseerde game die wereldwijd wordt beoefend en waarbinnen fysieke vaardigheden worden getest in uiteenlopende competities.’ Met niet al te veel fantasie zijn hierin de Olympische sporten te herkennen. Dit kan als  dominante opvatting op sport worden aangemerkt. Toch zijn er wel degelijk activiteiten die wellicht voldoen aan bovenstaande omschrijving, maar waarover discussie is. Iets dat dus ook geldt voor esports.

6. Voldoet esports aan kenmerken van sport?