Sport

Baby/peuter zwemmen

Fietsen van/naar opvang

Lopen van/naar opvang

Fietsen in vrije tijd

Buiten-spelen in vrije tijd

Buiten-spelen bij opvang

Lopen of wandelen in vrije tijd

Als we kijken naar 0-4 jarigen, dan zien we dat kinderen op de kinderopvang al goed scoren qua buitenspelen.

De kinderopvang

Voor de oudere kinderen op de buitenschoolse opvang (bso) geldt dat in de wet- en regelgeving voor de bso staat dat kinderen ‘spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden’.

  • Als pedagogische medewerker en manager op de bso speel je een grote rol bij het stimuleren van buitenspelen in jouw organisatie. De Toolkit Buitenspelen helpt je inzicht krijgen in de kansen en mogelijkheden in jouw organisatie.
  • Als pedagogisch medewerker heb je invloed op hoe kinderen buitenspelen. In dit artikel lees je praktische tips voor de kinderopvang en hier lees je praktische voor op de bso
  • Wissel ook uit met ouders dat je allebei een belangrijke rol hebt in het stimuleren van buitenspelen en help elkaar met tips. Bijvoorbeeld over het zorgen voor geschikte kleding en schoenen. En deel foto’s en video’s met ouders waarop ze zien hoeveel plezier hun kind ervaart bij het buitenspelen.
  • Zorg voor voldoende beweegmomenten voor kinderen. Speel elke dag buiten. Zorg op dagen dat er geen gym is, voor een extra buitenspeelmoment. En als je door slecht weer niet naar buiten kunt, vervang het buitenspelen dan door een beweegmoment binnen.
  • Zorg voor de inrichting van een uitdagend schoolplein, waar kinderen buiten met verschillende bewegingsdoelen bezig kunnen zijn.
  • Zorg voor afwisseling in materiaal. Biedt materiaal met wielen (skelters, fietsjes en stepjes). Maak ook eens uitdagende beweegbaantjes met wisselende obstakels. En organiseer spellen zoals een tikspel, hinkelspel of kringspel met een bal. 
  • Als je als leerkracht een actieve rol pakt op het schoolplein – pak bijvoorbeeld eens een groot springtouw – zie je dat er meteen een groep kinderen mee wil doen. Door spellen te organiseren, neemt het aantal conflicten op het schoolplein af. 

Het onderwijs

Werk je in het onderwijs? Ook dan heb je invloed op buitenspelen. Het beweegbeleid op school heeft namelijk ook impact op het speelgedrag van kinderen. Tel de minuten maar eens op, die leerlingen gedurende hun schooltijd doorbrengen op het schoolplein. Dat zijn er véél meer dan in de gymles. Kinderen die hierin aangemoedigd, gestuurd en begeleid worden spelen intensiever buiten. 

De buurtsportcoach

Als buurtsportcoach organiseer je beweeg- en sportaanbod voor kinderen, en leg je verbinding met lokale sportaanbieders. In speeltuinen weten de meeste kinderen zelf wel hoe ze willen buitenspelen, maar op vrije plekken in de openbare ruimte kan hulp en stimulans van de buurtsportcoach veel betekenen.

Wist je trouwens dat sommige gemeenten naast buurtsportcoaches, ook buurtspeelcoaches hebben? Lees dit artikel over buurtspeelcoaches in Amersfoort.

  • Stimuleren: Als buurtsportcoach kun je kinderen stimuleren om überhaupt buiten te spelen. Je kent de doelgroep en kunt dus goed aansluiten bij hun specifieke speelbehoefte, afhankelijk van leeftijd en belangstelling. Waardoor ze misschien eerder naar aanhaken.
  • Tijdens het spelen: Ook tijdens het spelen heb je een belangrijke rol om kinderen te helpen bij het leren hoe ze conflicten kunnen oplossen. En bij echt pestgedrag kun je ingrijpen. Je kunt kinderen ook leren om meer samen te spelen, zodat iedereen mee kan doen.
  • Vrijheid geven: Als buurtsportcoach kun je kinderen ook ruimte geven om niet in de te veilige modus te blijven zitten. Kinderen leren zo zelf ontdekken en risico’s inschatten. 
  • Jongeren: jongeren spelen misschien niet buiten in de traditionele zin, maar toch is voor tienerjongens en -meiden ook ‘speels’ aanbod nodig. Ze hebben nog structuur nodig en zijn nog niet helemaal in staat om het zelf te organiseren.

Luister ook naar deze podcast over buitenspelen voor buurtsportcoaches.

Co-creatie met kinderen, ouders en omwonenden

Betrek kinderen, ouders en omwonenden bij de inrichting van speelplekken. Laat ze meedenken over het ontwerpen van de plekken zelf, over fiets- of wandelroutes naar de speelplekken, over de inrichting van een beweegvriendelijk schoolplein, of over buitenspeelactiviteiten. Voor kinderen moet een speelplek avontuurlijk en uitdagend zijn. Ouders hebben behoefte aan voldoende veiligheid en een plek om te zitten. Omwonenden willen niet teveel overlast ervaren. Zet ze samen om tafel en je krijgt gegarandeerd een beter plan. Lees hier meer over co-creatie met kinderen.

De gemeente

  • Gemeenten maken beleid op thema’s als jeugd, ruimtelijke ordening en sport en bewegen. Maar maak ook specifiek beleid op buitenspelen, waar je andere domeinen intensief bij betrekt. 
  • Als gemeente draag je ook zorg voor de inrichting van speelplekken. Neem de tips uit hoofdstuk hardware daarin mee.
  • Bij de gemeente werken verschillende soorten professionals die buitenspelen kunnen stimuleren, zoals de buurtsportcoach en kindwerkers. Betrek hen bij de inrichting en uitvoering van buitenspeelbeleid. Je kunt hen specifiek inzetten om buitenspelen te stimuleren, neem dit ook concreet op in hun takenpakket.
  • Als gemeente kun je ook specifieke interventies inzetten om buitenspelen te stimuleren. Zie ook hoofdstuk software.

Op basisschool De Eendragt in Wormer spelen de kleuters dagelijks twee keer buiten: ’s ochtends een uur en ’s middags 45 minuten. De leerkracht heeft een actieve rol. “De tijd van de kleuterjuf die lekker op de rand van de zandbak in de zon zit, is voorbij”, grapt leerkracht Gineke Muller. 

Haar schoolplein kent in de ochtend en middag verschillende ‘zones’ met beweegaanbod. “In de ochtend hebben we de wielen, zoals skelters, fietsjes en stepjes. En we maken elke dag een beweegbaantje dat ze kunnen doen, met steeds wisselende obstakels. Daarin ontwikkelt een kleuter veel persoonlijke vaardigheden, zoals doorzetten als het moeilijk is en een plan maken hoe je het kunt aanpakken.” In de middag blijven de wielen in de schuur en bieden we spellen aan, zoals een tikspel, hinkelspel of kringspel met een bal. Zo bieden we meteen ook variatie aan in motorische ontwikkeling.”

Praktijkvoorbeeld

“Zeg, ga jij eens lekker buitenspelen”, zeggen tegen je kind is helaas niet het hele verhaal. ‘It takes a village’ om alle kinderen van Nederland voldoende met plezier te laten buitenspelen. Verschillende professionals hebben daarin elk hun eigen rol. 

In dit hoofdstuk lees je wat je vanuit verschillende rollen kunt doen, om meer in te zetten op buitenspelen.

Snel navigeren

6. Orgware:
hoe organiseer je buitenspelen?

8.

7.

6.

5.

4.

3.

2.

1.

8. Sport

7. Baby/peuter zwemmen

6. Fietsen van/naar opvang

5. Lopen van/naar opvang

4. Fietsen in vrije tijd

3. Buiten-spelen in vrije tijd

2. Buiten-spelen bij opvang

1. Lopen of wandelen in vrije tijd

Als we kijken naar 0-4 jarigen, dan zien we dat kinderen op de kinderopvang al goed scoren qua buitenspelen.

De kinderopvang

Voor de oudere kinderen op de buitenschoolse opvang (bso) geldt dat in de wet- en regelgeving voor de bso staat dat kinderen ‘spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden’.

  • Als pedagogische medewerker en manager op de bso speel je een grote rol bij het stimuleren van buitenspelen in jouw organisatie. De Toolkit Buitenspelen helpt je inzicht krijgen in de kansen en mogelijkheden in jouw organisatie.
  • Als pedagogisch medewerker heb je invloed op hoe kinderen buitenspelen. In dit artikel lees je praktische tips voor de kinderopvang en hier lees je praktische voor op de bso
  • Wissel ook uit met ouders dat je allebei een belangrijke rol hebt in het stimuleren van buitenspelen en help elkaar met tips. Bijvoorbeeld over het zorgen voor geschikte kleding en schoenen. En deel foto’s en video’s met ouders waarop ze zien hoeveel plezier hun kind ervaart bij het buitenspelen.

Op basisschool De Eendragt in Wormer spelen de kleuters dagelijks twee keer buiten: ’s ochtends een uur en ’s middags 45 minuten. De leerkracht heeft een actieve rol. “De tijd van de kleuterjuf die lekker op de rand van de zandbak in de zon zit, is voorbij”, grapt leerkracht Gineke Muller. 

Haar schoolplein kent in de ochtend en middag verschillende ‘zones’ met beweegaanbod. “In de ochtend hebben we de wielen, zoals skelters, fietsjes en stepjes. En we maken elke dag een beweegbaantje dat ze kunnen doen, met steeds wisselende obstakels. Daarin ontwikkelt een kleuter veel persoonlijke vaardigheden, zoals doorzetten als het moeilijk is en een plan maken hoe je het kunt aanpakken.” In de middag blijven de wielen in de schuur en bieden we spellen aan, zoals een tikspel, hinkelspel of kringspel met een bal. Zo bieden we meteen ook variatie aan in motorische ontwikkeling.”

Praktijkvoorbeeld

  • Zorg voor voldoende beweegmomenten voor kinderen. Speel elke dag buiten. Zorg op dagen dat er geen gym is, voor een extra buitenspeelmoment. En als je door slecht weer niet naar buiten kunt, vervang het buitenspelen dan door een beweegmoment binnen.
  • Zorg voor de inrichting van een uitdagend schoolplein, waar kinderen buiten met verschillende bewegingsdoelen bezig kunnen zijn.
  • Zorg voor afwisseling in materiaal. Biedt materiaal met wielen (skelters, fietsjes en stepjes). Maak ook eens uitdagende beweegbaantjes met wisselende obstakels. En organiseer spellen zoals een tikspel, hinkelspel of kringspel met een bal. 
  • Als je als leerkracht een actieve rol pakt op het schoolplein – pak bijvoorbeeld eens een groot springtouw – zie je dat er meteen een groep kinderen mee wil doen. Door spellen te organiseren, neemt het aantal conflicten op het schoolplein af. 

Het onderwijs

Werk je in het onderwijs? Ook dan heb je invloed op buitenspelen. Het beweegbeleid op school heeft namelijk ook impact op het speelgedrag van kinderen. Tel de minuten maar eens op, die leerlingen gedurende hun schooltijd doorbrengen op het schoolplein. Dat zijn er véél meer dan in de gymles. Kinderen die hierin aangemoedigd, gestuurd en begeleid worden spelen intensiever buiten. 

De buurtsportcoach

Als buurtsportcoach organiseer je beweeg- en sportaanbod voor kinderen, en leg je verbinding met lokale sportaanbieders. In speeltuinen weten de meeste kinderen zelf wel hoe ze willen buitenspelen, maar op vrije plekken in de openbare ruimte kan hulp en stimulans van de buurtsportcoach veel betekenen.

Wist je trouwens dat sommige gemeenten naast buurtsportcoaches, ook buurtspeelcoaches hebben? Lees dit artikel over buurtspeelcoaches in Amersfoort.

  • Stimuleren: Als buurtsportcoach kun je kinderen stimuleren om überhaupt buiten te spelen. Je kent de doelgroep en kunt dus goed aansluiten bij hun specifieke speelbehoefte, afhankelijk van leeftijd en belangstelling. Waardoor ze misschien eerder naar aanhaken.
  • Tijdens het spelen: Ook tijdens het spelen heb je een belangrijke rol om kinderen te helpen bij het leren hoe ze conflicten kunnen oplossen. En bij echt pestgedrag kun je ingrijpen. Je kunt kinderen ook leren om meer samen te spelen, zodat iedereen mee kan doen.
  • Vrijheid geven: Als buurtsportcoach kun je kinderen ook ruimte geven om niet in de te veilige modus te blijven zitten. Kinderen leren zo zelf ontdekken en risico’s inschatten. 
  • Jongeren: jongeren spelen misschien niet buiten in de traditionele zin, maar toch is voor tienerjongens en -meiden ook ‘speels’ aanbod nodig. Ze hebben nog structuur nodig en zijn nog niet helemaal in staat om het zelf te organiseren.

Luister ook naar deze podcast over buitenspelen voor buurtsportcoaches.

Co-creatie met kinderen, ouders en omwonenden

Betrek kinderen, ouders en omwonenden bij de inrichting van speelplekken. Laat ze meedenken over het ontwerpen van de plekken zelf, over fiets- of wandelroutes naar de speelplekken, over de inrichting van een beweegvriendelijk schoolplein, of over buitenspeelactiviteiten. Voor kinderen moet een speelplek avontuurlijk en uitdagend zijn. Ouders hebben behoefte aan voldoende veiligheid en een plek om te zitten. Omwonenden willen niet teveel overlast ervaren. Zet ze samen om tafel en je krijgt gegarandeerd een beter plan. Lees hier meer over co-creatie met kinderen.

De gemeente

  • Gemeenten maken beleid op thema’s als jeugd, ruimtelijke ordening en sport en bewegen. Maar maak ook specifiek beleid op buitenspelen, waar je andere domeinen intensief bij betrekt. 
  • Als gemeente draag je ook zorg voor de inrichting van speelplekken. Neem de tips uit hoofdstuk hardware daarin mee.
  • Bij de gemeente werken verschillende soorten professionals die buitenspelen kunnen stimuleren, zoals de buurtsportcoach en kindwerkers. Betrek hen bij de inrichting en uitvoering van buitenspeelbeleid. Je kunt hen specifiek inzetten om buitenspelen te stimuleren, neem dit ook concreet op in hun takenpakket.
  • Als gemeente kun je ook specifieke interventies inzetten om buitenspelen te stimuleren. Zie ook hoofdstuk software.

“Zeg, ga jij eens lekker buitenspelen”, zeggen tegen je kind is helaas niet het hele verhaal. ‘It takes a village’ om alle kinderen van Nederland voldoende met plezier te laten buitenspelen. Verschillende professionals hebben daarin elk hun eigen rol. 

In dit hoofdstuk lees je wat je vanuit verschillende rollen kunt doen, om meer in te zetten op buitenspelen.

Snel navigeren

6. Orgware: hoe organiseer je buitenspelen?