Snel navigeren

Wist je dat?

Het Mulier Instituut met steun van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een consensustraject is gestart voor het ontwikkelen van een vragenlijst om buitenspelen te onderzoeken en monitoren.

Voor kinderen van 0 tot 4 jaar geldt het volgende officiële beweegadvies:

  • Regelmatig bewegen en langdurig stilzitten beperken
  • Voor kinderen van 2 en 3 jaar is het advies om beeldschermtijd te beperken tot één uur per dag
  • Voor kinderen vanaf 1 jaar wordt elke dag 180 minuten lichamelijke activiteit aanbevolen
Buitenspelen heeft ook een positief effect op hoe kinderen zich voelen, zowel mentaal als fysiek:

Hoeveel spelen kinderen buiten?

Dit is lastig te meten. Er zijn verschillende onderzoeken die allemaal andere cijfers laten zien.

Hoe komt dat? Ze hebben allemaal een andere definitie van ‘buitenspelen’. De één telt wandelen en fietsen mee. De ander telt alleen spelen op straat na school. Een derde telt ook buitenspelen op het schoolplein tijdens schooltijd mee. Dat levert grote verschillen op. De één zegt: kinderen spelen wekelijks 7 uur buiten. De ander komt uit op 14 uur per week.

Ook zijn er enorme verschillen per type kind en per regio. Sommige kinderen spelen veel méér buiten dan het gemiddelde. Andere kinderen doen dat juist nauwelijks. En dus is het antwoord op de vraag ‘hoeveel spelen kinderen buiten’ anders voor elke gemeente - en zelfs wijk - in Nederland.

Onderzoeken naar cijfers over buitenspelen op een rij:

Uit onderzoek van 2021 blijkt dat Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) hun beweging voornamelijk halen uit:

  • buitenspelen thuis (gemiddeld 7,9 uur per week)
  • buitenspelen op school (gemiddeld 6,6 uur per week)

Voor kinderen van 4 tot 18 jaar geldt de volgende beweegrichtlijn:

  • Doe minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning.
  • Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten.
  • Voorkom veel stilzitten.
  • Bijna de helft van de kinderen zou graag méér buiten willen spelen. Als belangrijkste reden om niet vaker buiten te spelen, geven kinderen zelf op: het aanbod van digitale spelletjes, te weinig andere kinderen in de buurt en huiswerk. 
  • Fietsen, klimmen en klauteren en zelfverzonnen spelletjes zijn de populairste dingen om te doen bij het buitenspelen.

Wat vinden kinderen zelf van buitenspelen?

Jantje Beton onderzocht ook hoe kinderen zelf tegen buitenspelen aankijken. Hieruit blijkt het volgende:

Feiten over buitenspelen

Welke kinderen spelen het meest buiten?

Ondanks de verschillen in exacte cijfers, zien we overal dezelfde trends. Namelijk dat zaken als geslacht, leeftijd, achtergrond en de omgeving veel verschil maken. Dit levert jou belangrijke aanknopingspunten op, als je beleid maakt op buitenspelen. Omdat je zo weet welke groepen kinderen extra aandacht nodig hebben. NB: in al onderstaande feiten gaat het om hoe vaak kinderen veel buitenspelen.

Wees je ervan bewust dat bovenstaande factoren niet los staan, maar elkaar beïnvloeden. Zo heeft verkeersdrukte invloed op het gevoel van veiligheid van de buurt. En dus ook op in hoeverre ouders (beperkende) regels rondom buitenspelen stellen.

De mate waarin een factor een rol speelt, verschilt ook per context. Factoren zoals verkeersintensiteit, aanwezigheid van speelplekken en groen in de buurt verschillen tussen stedelijke en landelijke wijken. Factoren zoals beschikbare tijd om buiten te spelen, de sociale norm van buitenspelen en gevoel van veiligheid verschillen tussen wijken met verschillende niveaus van sociaaleconomische status.

Draagt buitenspelen bij aan het halen van de beweegrichtlijn?

Voor alle Nederlanders ontwikkelde de Gezondheidsraad beweegrichtlijnen en -adviezen. Ook voor kinderen. 

1. Feiten en cijfers over buitenspelen

Onderzoeken naar cijfers over buitenspelen op een rij:

Uit onderzoek van 2021 blijkt dat Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) hun beweging voornamelijk halen uit:

  • buitenspelen thuis (gemiddeld 7,9 uur per week)
  • buitenspelen op school (gemiddeld 6,6 uur per week)

Wist je dat?

Het Mulier Instituut met steun van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een consensustraject is gestart voor het ontwikkelen van een vragenlijst om buitenspelen te onderzoeken en monitoren.

Voor kinderen van 4 tot 18 jaar geldt de volgende beweegrichtlijn:

  • Doe minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning.
  • Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten.
  • Voorkom veel stilzitten.

Voor kinderen van 0 tot 4 jaar geldt het volgende officiële beweegadvies:

  • Regelmatig bewegen en langdurig stilzitten beperken
  • Voor kinderen van 2 en 3 jaar is het advies om beeldschermtijd te beperken tot één uur per dag
  • Voor kinderen vanaf 1 jaar wordt elke dag 180 minuten lichamelijke activiteit aanbevolen

Draagt buitenspelen bij aan het halen van de beweegrichtlijn?

Voor alle Nederlanders ontwikkelde de Gezondheidsraad beweegrichtlijnen en -adviezen. Ook voor kinderen. 

Buitenspelen heeft ook een positief effect op hoe kinderen zich voelen, zowel mentaal als fysiek:
  • Bijna de helft van de kinderen zou graag méér buiten willen spelen. Als belangrijkste reden om niet vaker buiten te spelen, geven kinderen zelf op: het aanbod van digitale spelletjes, te weinig andere kinderen in de buurt en huiswerk. 
  • Fietsen, klimmen en klauteren en zelfverzonnen spelletjes zijn de populairste dingen om te doen bij het buitenspelen.

Wat vinden kinderen zelf van buitenspelen?

Jantje Beton onderzocht ook hoe kinderen zelf tegen buitenspelen aankijken. Hieruit blijkt het volgende:

Wees je ervan bewust dat bovenstaande factoren niet los staan, maar elkaar beïnvloeden. Zo heeft verkeersdrukte invloed op het gevoel van veiligheid van de buurt. En dus ook op in hoeverre ouders (beperkende) regels rondom buitenspelen stellen.

De mate waarin een factor een rol speelt, verschilt ook per context. Factoren zoals verkeersintensiteit, aanwezigheid van speelplekken en groen in de buurt verschillen tussen stedelijke en landelijke wijken. Factoren zoals beschikbare tijd om buiten te spelen, de sociale norm van buitenspelen en gevoel van veiligheid verschillen tussen wijken met verschillende niveaus van sociaaleconomische status.

  • Kinderen die elke dag lopend of fietsend naar school gaan, spelen meer buiten.
  • Jongens die lid zijn van een sportvereniging, spelen meer buiten dan jongens zonder lidmaatschap. Terwijl meisjes die lid zijn van een sportvereniging juist mínder buitenspelen, dan meisjes zonder lidmaatschap.
Overig 
  • In stedelijk gebied is de kans op veel buitenspelen veel kleiner.
  • Kinderen in heel kindvriendelijke buurten, denk aan veilig en goed onderhouden speelplekken of weinig verkeer, spelen veel buiten.
  • Kinderen die in een eigen tuin, in een parkje, of op straat kunnen buitenspelen, spelen veel buiten.
  • Kinderen die genoeg vriendjes / vriendinnetjes in de buurt hebben spelen veel buiten
Omgevingskenmerken  
  • Kinderen van hoogopgeleide ouders spelen minder buiten.
Gezinskenmerken 

Wie spelen minder buiten?

  • meisjes
  • oudere kinderen (10-11 jaar)
  • kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond

Wie spelen veel buiten:

  • jongens
  • jonge kinderen (4-6 jaar)
  • kinderen zonder migratieachtergrond
Persoonskenmerken 

Wie spelen minder buiten?

  • Kinderen met een matige of slechte gezondheid.
  • Kinderen met autisme.
  • Kinderen met emotionele problemen, of die lastig sociaal contact maken met andere kinderen.
Gezondheid & welzijn  

Feiten over buitenspelen

Welke kinderen spelen het meest buiten?

Ondanks de verschillen in exacte cijfers, zien we overal dezelfde trends. Namelijk dat zaken als geslacht, leeftijd, achtergrond en de omgeving veel verschil maken. Dit levert jou belangrijke aanknopingspunten op, als je beleid maakt op buitenspelen. Omdat je zo weet welke groepen kinderen extra aandacht nodig hebben. NB: in al onderstaande feiten gaat het om hoe vaak kinderen veel buitenspelen.

Hoeveel spelen kinderen buiten?

Dit is lastig te meten. Er zijn verschillende onderzoeken die allemaal andere cijfers laten zien.

Hoe komt dat? Ze hebben allemaal een andere definitie van ‘buitenspelen’. De één telt wandelen en fietsen mee. De ander telt alleen spelen op straat na school. Een derde telt ook buitenspelen op het schoolplein tijdens schooltijd mee. Dat levert grote verschillen op. De één zegt: kinderen spelen wekelijks 7 uur buiten. De ander komt uit op 14 uur per week.

Ook zijn er enorme verschillen per type kind en per regio. Sommige kinderen spelen veel méér buiten dan het gemiddelde. Andere kinderen doen dat juist nauwelijks. En dus is het antwoord op de vraag ‘hoeveel spelen kinderen buiten’ anders voor elke gemeente - en zelfs wijk - in Nederland.

Snel navigeren

1. Feiten en cijfers over buitenspelen