Bewegen voor senioren met een chronische aandoening

Direct naar:

Ook al richt deze introductie zich op fitte en mobiele 55-plussers, een geheel homogene groep zal in de praktijk niet vaak voorkomen. Dus zullen er ook deelnemers zijn die al te maken hebben met chronische aandoeningen. Daarom bespreken we in dit hoofdstuk veel voorkomende chronische aandoeningen en effecten op bewegen en geven we daar tips bij. Als er sprake is van ernstige klachten is sporten onder begeleiding van een specifiek geschoolde professional essentieel om gezondheidsrisico’s te voorkomen. 

Na dit hoofdstuk weet de lesgever:

Hoofdstuk 5
  • Welke veelvoorkomende chronische aandoeningen senioren kunnen hebben en hoe je deze kunt herkennen
  • Wanneer een arts of specialist betrokken moet worden
  • Hoe je handelt in geval van een calamiteit

De cognitieve functie neemt af op hogere leeftijd. Bij de een gaat dit wat sneller dan bij de ander. Normale veroudering gaat gepaard met een achteruitgang van het geheugen en een afname van de snelheid waarmee informatie wordt verwerkt. Mensen met cognitieve beperkingen krijgen problemen met het geheugen, taal, het uitvoeren van handelingen, plannen en organiseren en oriëntatie in ruimte en tijd. Het wordt dan lastig om zelfstandig deel te blijven nemen aan beweegactiviteiten. Maar met een maatje tijdens het bewegen kan dit nog lang volgehouden worden. 

Achteruitgang in cognitie kan leiden tot dementie. Het aantal mensen met dementie neemt de laatste jaren sterk toe. In Nederland hebben ongeveer 250.000 mensen dementie. Senioren met dementie krijgen meer problemen bij bepaalde vormen van bewegen en het uitvoeren van ADL-taken. Er zijn sterke aanwijzingen dat voldoende bewegen het risico op cognitieve achteruitgang en dementie verlaagt. Bovendien verhoogt beweging bij mensen met dementie de kwaliteit van leven. 

Bij succesvolle veroudering passen mensen zich aan aan veranderende omstandigheden en compenseren zij functies die minder worden. Bewegen is hierbij erg belangrijk omdat je je tijdens sport en bewegen constant moet aanpassen aan veranderende situaties (3).

Cognitieve kwetsbaarheid
!

Tip!

  • Zorg dat de deelnemer toestemming van zijn/haar (huis)arts heeft om te starten met sporten. Wees op de hoogte van iemands situatie op dát moment en observeer deze deelnemer goed tijdens het sporten. 
  • Weet welke medicatie de sporter gebruikt en eventueel zijn medicatie bewaart (het beroemde tabletje onder de tong).  
  • Krijgt een senior tijdens het sporten last van pijn op de borst, hartritmestoornissen of valt een sporter plotseling flauw? Stop dan onmiddellijk, verleen EHBO en neem contact op met een arts.
  • Bij sommige hartaandoeningen is het beter om (tijdelijk) niet te sporten Bij twijfel moet eerst advies gevraagd worden aan een (sport)arts. 
Hart- en vaatziekten  

Voldoende bewegen zorgt voor een verbeterde bloedstroom en een verbeterd bloedcholesterol. Als een senior na een hartaandoening diens conditie weer langzaam wil opbouwen, kan hij of zij het beste beginnen met laag intensieve oefeningen zoals, rustig wandelen, fietsen of zwemmen. Als dit geen klachten geeft, kunnen de activiteiten langzaam worden uitgebreid naar meer inspannende activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan sporten waarbij de sporter makkelijk zijn eigen tempo kan bepalen. Minder geschikt voor hartpatiënten zijn de activiteiten waarbij de hartslag erg hoog oploopt en waarbij de spieren verzuren.

!

Tip!

  • Het is belangrijk om het bewegen rustig op te bouwen, zodat het lichaam kan wennen aan de inspanning. Zorg daarbij ook altijd voor en goede cooling down. 
  • Voorkom statische krachtoefeningen of het inhouden van de adem bij krachtoefeningen, die door de deelnemer als zwaar ervaren worden. 

De bloeddruk neemt toe als je ouder wordt. Bij een normale bloeddruk is de bovendruk (systolische druk) 100-135 mmHg en de onderdruk (diastolische druk) 60-85 mmHg. Als de bovendruk of de onderdruk hoger wordt dan de aangegeven range, dan spreken we van een verhoogde bloeddruk. Al vanaf 40 jaar is de kans op een hoge bloeddruk verhoogd. Dit komt omdat de bloedvaten stijver worden naarmate men ouder wordt. Bij een hoge bloeddruk staan de bloedvaten steeds onder een erg hoge druk. Dit kan leiden tot hart- en vaatziektes. Sport en bewegen verlaagt op termijn de bloeddruk, maar tijdens het sporten kan deze licht stijgen. Het is voor senioren met een hoge bloeddruk belangrijk om conditie op te bouwen. Ook kunnen ze werken aan de opbouw van kracht. Het effect op de bloeddruk na een training houdt 24 uur aan. Elke dag bewegen is daarom goed (3). 

Hoge bloeddruk
!

Tip!

  • Spreek met de deelnemer af wat je moet doen bij een hypo of hyper en weet waar de deelnemer zijn of haar drankje of druivensuiker bewaart. Of neem dit zelf mee bij het lesgeven. Zorg ook dat je de verschijnselen bij de deelnemers herkent.

Diabetes is de meest voorkomende chronische ziekte in Nederland. Van de bijna 2,8 miljoen 70-plussers heeft 22% diabetes: dat zijn ruim 600.000 ouderen. Bewegen verkleint het de kans op lichamelijke gevolgen van diabetes. Zo zorgt het voor een verbeterde suikerhuishouding en verlaagt bewegen het risico op hart- en vaataandoeningen en zorgt het voor een verbeterde bloeddruk, bloedcholesterol en een verbeterde fitheid. Regelmatig sporten en bewegen verbetert bij mensen met diabetes de werking van insuline. Tijdens het sporten verbruikt men insuline en daarbij is het belangrijk om niet te sporten met te lage of te hoge glucosewaarden. Het is dus belangrijk om de frequentie, duur en intensiteit rustig op te bouwen (2). 

Diabetes  
!

Tip!

  • In gevallen van acute gewrichtsontsteking of verergering van de symptomen, moet het gewricht rusten tot de ontsteking voorbij is
  • Ook bij pijn en stijfheid binnen 24 uur na het sporten is het beter om de volgende keer korter en minder intensief te bewegen
  • Vaak is er startpijn tijdens het bewegen: door de ‘smering’ van het gewricht wordt dit minder en is dit geen reden om niet te bewegen

Artrose is een veelvoorkomende chronische aandoening bij senioren. Bijna 1,5 miljoen mensen in Nederland hebben artrose en hebben daar dagelijks last van. Het is een vorm van reuma en daarbij is het hele gewricht betrokken. Mensen met artrose hebben last van:

  • Pijn: startpijn, pijn bij het bewegen en pijn door ontsteking
  • Stijfheid: startstijfheid die vermindert door bewegen, kortdurende stijfheid na rust en stijfheid door bewegingsbeperkingen door verandering van het gewricht
  • Bewegingsbeperking in de gewrichten waardoor de coördinatie, spierkracht en uithoudingsvermogen ook minder worden

Beweging heeft een positieve invloed op artrose. Uit onderzoek blijkt dat door te bewegen de functie van een gewricht toeneemt en de pijn afneemt. Door te bewegen stimuleer je de ‘smering’ van het gewricht, de aanmaak van de gewrichtsvloeistof en het opnemen van voedingsstoffen door het kraakbeen. Bovendien zorgt bewegen bij artrose voor een toename van vertrouwen in het eigen kunnen (zelf-effectiviteit), verminderde gevoelens van depressie en een verbeterde kwaliteit van leven. 

Het is een misverstand dat gewrichten slijten door beweging. Het is belangrijk om de spieren, pezen en banden rondom het gewricht te trainen. Dat zorgt voor meer stevigheid en stabiliteit en dus versteviging rondom het verzwakte gewricht. Daarnaast verbetert door beweging de spierkracht en het uithoudingsvermogen, waardoor patiënten functioneler kunnen bewegen. Het is niet nodig om het aangetaste gewricht te trainen: beweging in het algemeen heeft al een positief effect op pijn. 

Voor mensen met knie- of heupartrose zijn fietsen (eventueel op hometrainer, met beeldscherm), zwemmen (of andere wateractiviteiten), wandelen, nordic walking, en oefeningen op de stoel geschikte beweegvormen bij beperkte belastbaarheid (1).

Artrose  
!

Goed om te weten:

  • Onder andere medicijngebruik kan ervoor zorgen dat mensen eerder duizelig zijn
  • Snel opstaan kan bij ouderen leiden tot duizelingen en mogelijk een valincident. Rondjes draaien met de voeten voor het opstaan en langzaam opstaan helpen om duizelingen te voorkomen.  
Valincidenten  

Valincidenten met letsel leiden tot veel persoonlijke en maatschappelijke problemen (zie hoofdstuk 1). Mede daardoor worden in 2022 voorbereidingen getroffen om veel senioren vanaf 2023 te screenen op valrisico en effectieve valpreventieve beweegprogramma’s aan te bieden. Beoogd wordt om vanaf 2024 voor een deel van de mensen deelname aan een effectief programma te vergoeden vanuit de basiszorgverzekering (status oktober 2022) en al eerder mensen te laten participeren aan programma’s via het sociaal domein. Een eerste screening van een verhoogd valrisico gebeurt op basis van een zeer korte vragenlijst (zie VeiligheidNL), die ook door een sportaanbieder uitgevoerd kan worden. Verwijs bij een verhoogd risico door naar een zorgverlener, die een uitgebreidere valanalyse kan (laten) doen. Mogelijk zijn er afspraken in de gemeente gemaakt wie daarvoor verantwoordelijk is. 

Sarcopenie - ook wel spierzwakte - komt vaak voor op hogere leeftijd (zie ook hoofdstuk 1) en is erkend als aandoening. Hoe vaak sarcopenie voorkomt hangt af van de exacte definitie. Spierkracht blijft langer op peil als mensen voldoende vaak en intensief spierversterkende activiteiten doen en daarbij voldoende eiwit nuttigen. Dat laatste is noodzakelijk om de spieren te versterken of te kunnen onderhouden; elke dag wordt een deel van de spieren afgebroken. Een advies is om senioren per hoofdmaaltijd 25 gram eiwit te laten gebruiken.

Behoud van spierkracht is noodzakelijk om fysiek zelfredzaam te blijven. Naast onvoldoende trainen van de spieren kunnen ook aandoeningen aan spierzwakte ten grondslag liggen. Bij het vermoeden van spierzwakte kan een persoon verwezen worden naar een arts, (geriatrie-)fysiotherapeut en/of een diëtist als een niet-optimaal voedingspatroon mede oorzaak kan zijn.  

Sarcopenie 
Checklist voordat je start met lesgeven:

Lees meer over bewegen bij chronische aandoeningen in Bewust Bewegen.

Meer lezen

Hieronder worden veel voorkomende aandoeningen bij senioren en de effecten op bewegen toegelicht.

Als gevolg van de vergrijzing stijgt het aantal senioren met een of meerdere ouderdomsziekten, zoals artrose, hart- en vaatziekten en diabetes. Ook dementie komt steeds vaker voor. Bewegen speelt een belangrijke rol in de preventie van chronische aandoeningen en beperkingen. Ook senioren met een aandoening of beperking - uitgezonderd de acute fases - hebben baat bij voldoende bewegen. Uiteraard dien je als lesgever wel rekening te houden met de mindere belastbaarheid en kan het nodig zijn om je oefenstof aan te passen. 

Voldoende bewegen is voor deze deelnemers vaak een uitdaging, zij hebben regelmatig ondersteuning nodig om bij het sport- en beweegaanbod te geraken. Denk voor ondersteuning aan de beweegmakelaar of buurtsportcoach, die de brug tussen verwijzer en aanbod is. Maar ook de sport- en beweegleider heeft hier een rol. Essentieel is het goed kennen van de deelnemers en de rol als begeleider serieus nemen. Naast lesgeven hou je ook een oogje in het zeil, dit is vooral van belang bij de alleenstaande ouderen. Een EHBO-diploma en de herhalingslessen horen tot de basiskennis van een trainer. 

5.1 Veelvoorkomende chronische aandoeningen en effecten op bewegen
  • Weet wat je als lesgever moet doen als iemand een heftige blessure oploopt of onwel wordt, jij bepaalt of er een ambulance gebeld moet worden
  • Zorg ervoor dat er geen paniek uitbreekt in de groep en wijs een persoon aan die groepsleider wordt, om de rust te bewaren 
  • Wijs iemand aan - of laat dit doen - die de ambulance belt, eventueel met jouw telefoon
  • Wijs iemand aan - of laat dit doen - die de beheerder erbij haalt
  • In het geval 112 moet worden gebeld:de aangewezen persoon vertelt hierbij gedetailleerd wat de calamiteit is. Bijvoorbeeld: persoon X is onwel geworden, heeft wel/geen hartslag en/of ademhaling en er is wel/niet begonnen met reanimatie. De telefoniste van de meldkamer zal veel vragen stellen om de situatie in kaart te brengen.
  • Start indien nodig de reanimatie of de verzorging van het slachtoffer, samen met een daarvoor gekwalificeerd persoon als die aanwezig is
  • Laat de snelste persoon de AED ophalen
  • De aangewezen groepsleider geeft de groep de opdracht om een duidelijke slinger te maken vanuit de hoofdweg voor de ambulance. De snelste loper loopt naar de weg en de andere personen van de groep verdelen zich tussen de snelste persoon en het slachtoffer. Zo weet de ambulance waar hij heen moet. De groepsleider zorgt dat iedereen weer bij elkaar komt, als de slinger niet meer nodig is.
  • Ga met het slachtoffer mee naar het ziekenhuis en bel (indien mogelijk) een familielid of vraag aan een andere trainer om te bellen. De deelnemers weten in dit geval wat zij moeten doen. 
  • Indien nodig kan slachtofferhulp (0900-0101) aan de medesporters worden aangeboden.

Op het moment dat er een ernstige calamiteit tijdens de les voorvalt dien je als docent eventueel samen met de sporters te handelen volgens de richtlijnen van de EHBO. Zorg dat je een geldig EHBO-diploma hebt en volg regelmatig herhalingslessen. Zorg dat je een calamiteitenplan hebt en dit ook oefent met de groep. Doet een calamiteit zich voor handel dan op de volgende manier, die je vooraf met de groep doorgesproken en geoefend hebt:

5.2 Calamiteiten tijdens de les

Direct naar:

Ook al richt deze introductie zich op fitte en mobiele 55-plussers, een geheel homogene groep zal in de praktijk niet vaak voorkomen. Dus zullen er ook deelnemers zijn die al te maken hebben met chronische aandoeningen. Daarom bespreken we in dit hoofdstuk veel voorkomende chronische aandoeningen en effecten op bewegen en geven we daar tips bij. Als er sprake is van ernstige klachten is sporten onder begeleiding van een specifiek geschoolde professional essentieel om gezondheidsrisico’s te voorkomen. 

  • Welke veelvoorkomende chronische aandoeningen senioren kunnen hebben en hoe je deze kunt herkennen
  • Wanneer een arts of specialist betrokken moet worden
  • Hoe je handelt in geval van een calamiteit
Bewegen voor senioren met een chronische aandoening
Hoofdstuk 5

Na dit hoofdstuk weet de lesgever:

Lees meer over bewegen bij chronische aandoeningen in Bewust Bewegen.

Meer lezen

De cognitieve functie neemt af op hogere leeftijd. Bij de een gaat dit wat sneller dan bij de ander. Normale veroudering gaat gepaard met een achteruitgang van het geheugen en een afname van de snelheid waarmee informatie wordt verwerkt. Mensen met cognitieve beperkingen krijgen problemen met het geheugen, taal, het uitvoeren van handelingen, plannen en organiseren en oriëntatie in ruimte en tijd. Het wordt dan lastig om zelfstandig deel te blijven nemen aan beweegactiviteiten. Maar met een maatje tijdens het bewegen kan dit nog lang volgehouden worden. 

Achteruitgang in cognitie kan leiden tot dementie. Het aantal mensen met dementie neemt de laatste jaren sterk toe. In Nederland hebben ongeveer 250.000 mensen dementie. Senioren met dementie krijgen meer problemen bij bepaalde vormen van bewegen en het uitvoeren van ADL-taken. Er zijn sterke aanwijzingen dat voldoende bewegen het risico op cognitieve achteruitgang en dementie verlaagt. Bovendien verhoogt beweging bij mensen met dementie de kwaliteit van leven. 

Bij succesvolle veroudering passen mensen zich aan aan veranderende omstandigheden en compenseren zij functies die minder worden. Bewegen is hierbij erg belangrijk omdat je je tijdens sport en bewegen constant moet aanpassen aan veranderende situaties (3).

Cognitieve kwetsbaarheid
!

Tip!

  • Zorg dat de deelnemer toestemming van zijn/haar (huis)arts heeft om te starten met sporten. Wees op de hoogte van iemands situatie op dát moment en observeer deze deelnemer goed tijdens het sporten. 
  • Weet welke medicatie de sporter gebruikt en eventueel zijn medicatie bewaart (het beroemde tabletje onder de tong).  
  • Krijgt een senior tijdens het sporten last van pijn op de borst, hartritmestoornissen of valt een sporter plotseling flauw? Stop dan onmiddellijk, verleen EHBO en neem contact op met een arts.
  • Bij sommige hartaandoeningen is het beter om (tijdelijk) niet te sporten Bij twijfel moet eerst advies gevraagd worden aan een (sport)arts. 
Hart- en vaatziekten  

Voldoende bewegen zorgt voor een verbeterde bloedstroom en een verbeterd bloedcholesterol. Als een senior na een hartaandoening diens conditie weer langzaam wil opbouwen, kan hij of zij het beste beginnen met laag intensieve oefeningen zoals, rustig wandelen, fietsen of zwemmen. Als dit geen klachten geeft, kunnen de activiteiten langzaam worden uitgebreid naar meer inspannende activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan sporten waarbij de sporter makkelijk zijn eigen tempo kan bepalen. Minder geschikt voor hartpatiënten zijn de activiteiten waarbij de hartslag erg hoog oploopt en waarbij de spieren verzuren.

!

Tip!

  • Het is belangrijk om het bewegen rustig op te bouwen, zodat het lichaam kan wennen aan de inspanning. Zorg daarbij ook altijd voor en goede cooling down. 
  • Voorkom statische krachtoefeningen of het inhouden van de adem bij krachtoefeningen, die door de deelnemer als zwaar ervaren worden. 

De bloeddruk neemt toe als je ouder wordt. Bij een normale bloeddruk is de bovendruk (systolische druk) 100-135 mmHg en de onderdruk (diastolische druk) 60-85 mmHg. Als de bovendruk of de onderdruk hoger wordt dan de aangegeven range, dan spreken we van een verhoogde bloeddruk. Al vanaf 40 jaar is de kans op een hoge bloeddruk verhoogd. Dit komt omdat de bloedvaten stijver worden naarmate men ouder wordt. Bij een hoge bloeddruk staan de bloedvaten steeds onder een erg hoge druk. Dit kan leiden tot hart- en vaatziektes. Sport en bewegen verlaagt op termijn de bloeddruk, maar tijdens het sporten kan deze licht stijgen. Het is voor senioren met een hoge bloeddruk belangrijk om conditie op te bouwen. Ook kunnen ze werken aan de opbouw van kracht. Het effect op de bloeddruk na een training houdt 24 uur aan. Elke dag bewegen is daarom goed (3). 

Hoge bloeddruk
!

Tip!

  • Spreek met de deelnemer af wat je moet doen bij een hypo of hyper en weet waar de deelnemer zijn of haar drankje of druivensuiker bewaart. Of neem dit zelf mee bij het lesgeven. Zorg ook dat je de verschijnselen bij de deelnemers herkent.

Diabetes is de meest voorkomende chronische ziekte in Nederland. Van de bijna 2,8 miljoen 70-plussers heeft 22% diabetes: dat zijn ruim 600.000 ouderen. Bewegen verkleint het de kans op lichamelijke gevolgen van diabetes. Zo zorgt het voor een verbeterde suikerhuishouding en verlaagt bewegen het risico op hart- en vaataandoeningen en zorgt het voor een verbeterde bloeddruk, bloedcholesterol en een verbeterde fitheid. Regelmatig sporten en bewegen verbetert bij mensen met diabetes de werking van insuline. Tijdens het sporten verbruikt men insuline en daarbij is het belangrijk om niet te sporten met te lage of te hoge glucosewaarden. Het is dus belangrijk om de frequentie, duur en intensiteit rustig op te bouwen (2). 

Diabetes  
!

Tip!

  • In gevallen van acute gewrichtsontsteking of verergering van de symptomen, moet het gewricht rusten tot de ontsteking voorbij is
  • Ook bij pijn en stijfheid binnen 24 uur na het sporten is het beter om de volgende keer korter en minder intensief te bewegen
  • Vaak is er startpijn tijdens het bewegen: door de ‘smering’ van het gewricht wordt dit minder en is dit geen reden om niet te bewegen

Artrose is een veelvoorkomende chronische aandoening bij senioren. Bijna 1,5 miljoen mensen in Nederland hebben artrose en hebben daar dagelijks last van. Het is een vorm van reuma en daarbij is het hele gewricht betrokken. Mensen met artrose hebben last van:

  • Pijn: startpijn, pijn bij het bewegen en pijn door ontsteking
  • Stijfheid: startstijfheid die vermindert door bewegen, kortdurende stijfheid na rust en stijfheid door bewegingsbeperkingen door verandering van het gewricht
  • Bewegingsbeperking in de gewrichten waardoor de coördinatie, spierkracht en uithoudingsvermogen ook minder worden

Beweging heeft een positieve invloed op artrose. Uit onderzoek blijkt dat door te bewegen de functie van een gewricht toeneemt en de pijn afneemt. Door te bewegen stimuleer je de ‘smering’ van het gewricht, de aanmaak van de gewrichtsvloeistof en het opnemen van voedingsstoffen door het kraakbeen. Bovendien zorgt bewegen bij artrose voor een toename van vertrouwen in het eigen kunnen (zelf-effectiviteit), verminderde gevoelens van depressie en een verbeterde kwaliteit van leven. 

Het is een misverstand dat gewrichten slijten door beweging. Het is belangrijk om de spieren, pezen en banden rondom het gewricht te trainen. Dat zorgt voor meer stevigheid en stabiliteit en dus versteviging rondom het verzwakte gewricht. Daarnaast verbetert door beweging de spierkracht en het uithoudingsvermogen, waardoor patiënten functioneler kunnen bewegen. Het is niet nodig om het aangetaste gewricht te trainen: beweging in het algemeen heeft al een positief effect op pijn. 

Voor mensen met knie- of heupartrose zijn fietsen (eventueel op hometrainer, met beeldscherm), zwemmen (of andere wateractiviteiten), wandelen, nordic walking, en oefeningen op de stoel geschikte beweegvormen bij beperkte belastbaarheid (1).

Artrose  
!

Goed om te weten:

  • Onder andere medicijngebruik kan ervoor zorgen dat mensen eerder duizelig zijn
  • Snel opstaan kan bij ouderen leiden tot duizelingen en mogelijk een valincident. Rondjes draaien met de voeten voor het opstaan en langzaam opstaan helpen om duizelingen te voorkomen.  
Valincidenten  

Valincidenten met letsel leiden tot veel persoonlijke en maatschappelijke problemen (zie hoofdstuk 1). Mede daardoor worden in 2022 voorbereidingen getroffen om veel senioren vanaf 2023 te screenen op valrisico en effectieve valpreventieve beweegprogramma’s aan te bieden. Beoogd wordt om vanaf 2024 voor een deel van de mensen deelname aan een effectief programma te vergoeden vanuit de basiszorgverzekering (status oktober 2022) en al eerder mensen te laten participeren aan programma’s via het sociaal domein. Een eerste screening van een verhoogd valrisico gebeurt op basis van een zeer korte vragenlijst (zie VeiligheidNL), die ook door een sportaanbieder uitgevoerd kan worden. Verwijs bij een verhoogd risico door naar een zorgverlener, die een uitgebreidere valanalyse kan (laten) doen. Mogelijk zijn er afspraken in de gemeente gemaakt wie daarvoor verantwoordelijk is. 

Sarcopenie - ook wel spierzwakte - komt vaak voor op hogere leeftijd (zie ook hoofdstuk 1) en is erkend als aandoening. Hoe vaak sarcopenie voorkomt hangt af van de exacte definitie. Spierkracht blijft langer op peil als mensen voldoende vaak en intensief spierversterkende activiteiten doen en daarbij voldoende eiwit nuttigen. Dat laatste is noodzakelijk om de spieren te versterken of te kunnen onderhouden; elke dag wordt een deel van de spieren afgebroken. Een advies is om senioren per hoofdmaaltijd 25 gram eiwit te laten gebruiken.

Behoud van spierkracht is noodzakelijk om fysiek zelfredzaam te blijven. Naast onvoldoende trainen van de spieren kunnen ook aandoeningen aan spierzwakte ten grondslag liggen. Bij het vermoeden van spierzwakte kan een persoon verwezen worden naar een arts, (geriatrie-)fysiotherapeut en/of een diëtist als een niet-optimaal voedingspatroon mede oorzaak kan zijn.  

Sarcopenie 

Hieronder worden veel voorkomende aandoeningen bij senioren en de effecten op bewegen toegelicht.

Checklist voordat je start met lesgeven:

Als gevolg van de vergrijzing stijgt het aantal senioren met een of meerdere ouderdomsziekten, zoals artrose, hart- en vaatziekten en diabetes. Ook dementie komt steeds vaker voor. Bewegen speelt een belangrijke rol in de preventie van chronische aandoeningen en beperkingen. Ook senioren met een aandoening of beperking - uitgezonderd de acute fases - hebben baat bij voldoende bewegen. Uiteraard dien je als lesgever wel rekening te houden met de mindere belastbaarheid en kan het nodig zijn om je oefenstof aan te passen. 

Voldoende bewegen is voor deze deelnemers vaak een uitdaging, zij hebben regelmatig ondersteuning nodig om bij het sport- en beweegaanbod te geraken. Denk voor ondersteuning aan de beweegmakelaar of buurtsportcoach, die de brug tussen verwijzer en aanbod is. Maar ook de sport- en beweegleider heeft hier een rol. Essentieel is het goed kennen van de deelnemers en de rol als begeleider serieus nemen. Naast lesgeven hou je ook een oogje in het zeil, dit is vooral van belang bij de alleenstaande ouderen. Een EHBO-diploma en de herhalingslessen horen tot de basiskennis van een trainer. 

5.1 Veelvoorkomende chronische aandoeningen en effecten op bewegen
  • Weet wat je als lesgever moet doen als iemand een heftige blessure oploopt of onwel wordt, jij bepaalt of er een ambulance gebeld moet worden
  • Zorg ervoor dat er geen paniek uitbreekt in de groep en wijs een persoon aan die groepsleider wordt, om de rust te bewaren 
  • Wijs iemand aan - of laat dit doen - die de ambulance belt, eventueel met jouw telefoon
  • Wijs iemand aan - of laat dit doen - die de beheerder erbij haalt
  • In het geval 112 moet worden gebeld:de aangewezen persoon vertelt hierbij gedetailleerd wat de calamiteit is. Bijvoorbeeld: persoon X is onwel geworden, heeft wel/geen hartslag en/of ademhaling en er is wel/niet begonnen met reanimatie. De telefoniste van de meldkamer zal veel vragen stellen om de situatie in kaart te brengen.
  • Start indien nodig de reanimatie of de verzorging van het slachtoffer, samen met een daarvoor gekwalificeerd persoon als die aanwezig is
  • Laat de snelste persoon de AED ophalen
  • De aangewezen groepsleider geeft de groep de opdracht om een duidelijke slinger te maken vanuit de hoofdweg voor de ambulance. De snelste loper loopt naar de weg en de andere personen van de groep verdelen zich tussen de snelste persoon en het slachtoffer. Zo weet de ambulance waar hij heen moet. De groepsleider zorgt dat iedereen weer bij elkaar komt, als de slinger niet meer nodig is.
  • Ga met het slachtoffer mee naar het ziekenhuis en bel (indien mogelijk) een familielid of vraag aan een andere trainer om te bellen. De deelnemers weten in dit geval wat zij moeten doen. 
  • Indien nodig kan slachtofferhulp (0900-0101) aan de medesporters worden aangeboden.

Op het moment dat er een ernstige calamiteit tijdens de les voorvalt dien je als docent eventueel samen met de sporters te handelen volgens de richtlijnen van de EHBO. Zorg dat je een geldig EHBO-diploma hebt en volg regelmatig herhalingslessen. Zorg dat je een calamiteitenplan hebt en dit ook oefent met de groep. Doet een calamiteit zich voor handel dan op de volgende manier, die je vooraf met de groep doorgesproken en geoefend hebt:

5.2 Calamiteiten tijdens de les