Direct naar:

De beginsituatie gaat over de deelnemers die aanwezig zijn, maar ook over de praktische omstandigheden (accommodatie, beschikbaar materiaal, moment van lesgeven en lesduur) waar je in je les mee te maken hebt. Beide zijn bepalend voor de doelstellingen en inhoud van de les. Elke les kent, elke week opnieuw, zijn eigen beginsituatie. 

Na dit hoofdstuk weet de lesgever:

Hoofdstuk 2
  • Waarom het belangrijk is om de oefenstof, intensiteit en belasting van een training af te kunnen stemmen op individuele mogelijkheden
  • Hoe je de beginsituatie van de deelnemer in kaart brengt
  • Met welke praktische omstandigheden je rekening moet houden bij het opzetten van je les
Beginsituatie 
Intakegesprek

Om een goed beeld te krijgen van de beginsituatie van je deelnemer kun je bij start deelname een kort intakegesprek voeren waarin je de onderwerpen uit box 1 bespreekt. Als alternatief kun je gebruik maken van een intakeformulier, zie Downloads. Zorg dat je binnen het intakegesprek ook aandacht hebt voor sociaal-emotionele aspecten, bijvoorbeeld of er naast lichamelijke aspecten ook nog andere dingen spelen die je als lesgever moet weten. 

  • Hoeveel sport en beweegt u meestal per week?
  • Wat voor sport- en of beweegactiviteiten doet u meestal?
  • Waarom wilt u graag deelnemen aan xxxx*?
  • Wat hoopt u met xxxx* te bereiken?
  • Zijn er lichamelijke belemmeringen of medische omstandigheden waar ik rekening mee moet houden in de training?
  • Zijn er andere aspecten die ik als trainer van u moet weten?
  • Wat verwacht u van mij als trainer?

* xxxx,  vul op de plaats van de kruisjes uw activiteit in

Box 1. Onderwerpen van een intakegesprek

Senioren hebben verschillende motieven om deel te nemen aan sport- en beweegactiviteiten. Als lesgever is het goed om hier rekening mee te houden, zodat de deelnemers elke les als  een meerwaarde ervaren. De gezondheid behouden of verbeteren en het opdoen van sociale contacten zijn voor veel senioren belangrijke motieven om deel te (gaan) nemen aan sport- en beweegactiviteiten. In tabel 2 geven we een overzicht van de motieven om deel te nemen aan sport- en beweegaanbod op basis van onderzoek onder senioren. Ook lees je hier hoe je hier tijdens de les rekening mee kunt houden.

Motieven
Fysieke en mentale belastbaarheid

De les moet voor de deelnemers uitvoerbaar zijn, niet te moeilijk maar zeker ook niet te makkelijk en aansluiten bij wat de deelnemers al kunnen, weten, durven en beleven. Dit betekent dat er een goede balans moet zijn tussen wat je van de deelnemers vraagt (belasting) en wat ze aankunnen (belastbaarheid). Je moet vóór de start weten wie je deelnemers zijn en of er aandoeningen of belemmeringen zijn om rekening mee te houden. Deze informatie kun je gebruiken om tijdens de les oefeningen te differentiëren, zodat deze aansluiten bij de fysieke mogelijkheden van de individuele deelnemer (zie hoofdstuk 4). 

Naast de fysieke belastbaarheid heb je ook te maken met een mentale belastbaarheid. Positieve of negatieve gebeurtenissen in de wereld (bijvoorbeeld: oorlog, natuurramp, overlijden van een bekend persoon) of in de directe sfeer (bijvoorbeeld: geboorte kleinkind, verhuizing, ziekte of overlijden van een dierbare) kunnen een enorme impact hebben op de stemming, concentratie en inzet in een groep. Als lesgever dien je hier aandacht aan te besteden en eventueel rekening mee te houden in de les

Tabel 2. Motieven van senioren om deel te nemen aan sport- en beweegaanbod.  

Een groep is geen optelsom van individuele deelnemers. Naast de inbreng vanuit de individuen dient dan ook rekening gehouden te worden met groepsvariabelen zoals:

  • De grootte; een kleine of grote groep 
  • De samenstelling; leeftijd, niveauverschil, geslacht, eventuele beperkingen
  • De sfeer; onderling contact, opvang van nieuwe deelnemers, bereidheid om elkaar te helpen
  • Actuele gebeurtenissen in de groep
  • De motivatie van de groep; is deze gericht op gezelligheid, prestatie of gezondheid
2.1 ​​​​Wie zijn je deelnemers?

Veelzijdig bewegen is belangrijk voor senioren. Daarom is het prettig om een variatie aan materiaal ter beschikking te hebben. Ook aangepaste materialen zoals grotere of zachtere ballen zorgen voor afwisseling binnen de les. 

Beschikbaar oefenmateriaal  
Lesduur

Voor een seniorensportles wordt een lestijd van 45-60 minuten aangeraden. Het is het na afloop van de les belangrijk om gezamenlijk koffie/thee te drinken. Dit heeft een positieve invloed op de sociale binding in de groep. Maak hier wanneer mogelijk tijd en ruimte voor en sluit als lesgever hier ook bij aan, dan weet je goed wat er speelt in de groep.

  • Het dagritme dat de betreffende doelgroep in het algemeen gewend is
  • De afstand die men af moet leggen om bij de accommodatie te komen; de mensen moeten de mogelijkheid hebben rustig van en naar de les te gaan
  • De fysiologische aspecten samenhangend met het dagritme
  • Andere activiteiten, bijvoorbeeld: werk, hulp in huis, oppastaken, markt, andere activiteiten voor senioren in de buurt

Vaak worden lessen voor senioren ingepland tijdens daluren, eettijden of andere 'verloren' uurtjes. Het tijdstip waarop de les plaatsvindt, kan van belang zijn voor de mate van inspanning die men kan leveren. Bijvoorbeeld: aan het eind van de middag is men vaak al vermoeid van alles wat men die dag al gedaan heeft. Bij het bepalen van een geschikt tijdstip voor de sportles is van invloed:

Tijdstip van de dag  
Accommodatie 

De grootte, de vorm, de akoestiek, kwaliteit van de vloer en de temperatuur zijn erg bepalend voor de mogelijkheden, evenals de kleedgelegenheid, de mogelijkheid om al of niet koffie te drinken en de eventuele andere groepen die ook aanwezig zijn. Uitgaande van heterogene groepen, zowel wat betreft leeftijd als met betrekking tot vaardigheid, zal de groepsgrootte ten nauwste samenhangen met de beschikbare zaal. 25 deelnemers wordt als een maximum aantal gezien. Dan is er niet alleen voldoende ruimte, maar kan de lesgever ook overzicht houden (veiligheid) en in contact blijven met de groep. Hou rekening met slechthorenden, voor hen kunnen achtergrondgeluiden storend zijn. Denk bijvoorbeeld aan lesgeven in een sporthal met naast je een basisschoolklas.

Ten slotte is de omgevingstemperatuur van invloed op de les en de oefenstof die je geeft. Hou er rekening mee dat hart- en vaatpatiënten last kunnen hebben van grote temperatuurschommelingen in de ruimte.

De praktische omstandigheden waaronder je lesgeeft, zoals de accommodatie, tijdstip, lesduur en beschikbaar materiaal bepalen mede welke keuzes je maakt in de organisatie, opstelling en spelvorm. Wees je bewust van de invloed van deze praktische omstandigheden en probeer hier zoveel mogelijk rekening mee te houden. 

2.2 Wat zijn de praktische omstandigheden?

Direct naar:

De beginsituatie gaat over de deelnemers die aanwezig zijn, maar ook over de praktische omstandigheden (accommodatie, beschikbaar materiaal, moment van lesgeven en lesduur) waar je in je les mee te maken hebt. Beide zijn bepalend voor de doelstellingen en inhoud van de les. Elke les kent, elke week opnieuw, zijn eigen beginsituatie. 

Hoofdstuk 2

Na dit hoofdstuk weet de lesgever:

  • Waarom het belangrijk is om de oefenstof, intensiteit en belasting van een training af te kunnen stemmen op individuele mogelijkheden
  • Hoe je de beginsituatie van de deelnemer in kaart brengt
  • Met welke praktische omstandigheden je rekening moet houden bij het opzetten van je les
Beginsituatie 

Een groep is geen optelsom van individuele deelnemers. Naast de inbreng vanuit de individuen dient dan ook rekening gehouden te worden met groepsvariabelen zoals:

  • De grootte; een kleine of grote groep 
  • De samenstelling; leeftijd, niveauverschil, geslacht, eventuele beperkingen
  • De sfeer; onderling contact, opvang van nieuwe deelnemers, bereidheid om elkaar te helpen
  • Actuele gebeurtenissen in de groep
  • De motivatie van de groep; is deze gericht op gezelligheid, prestatie of gezondheid
  • Hoeveel sport en beweegt u meestal per week?
  • Wat voor sport- en of beweegactiviteiten doet u meestal?
  • Waarom wilt u graag deelnemen aan xxxx*?
  • Wat hoopt u met xxxx* te bereiken?
  • Zijn er lichamelijke belemmeringen of medische omstandigheden waar ik rekening mee moet houden in de training?
  • Zijn er andere aspecten die ik als trainer van u moet weten?
  • Wat verwacht u van mij als trainer?

* xxxx,  vul op de plaats van de kruisjes uw activiteit in

Box 1. Onderwerpen van een intakegesprek

Intakegesprek

Om een goed beeld te krijgen van de beginsituatie van je deelnemer kun je bij start deelname een kort intakegesprek voeren waarin je de onderwerpen uit box 1 bespreekt. Als alternatief kun je gebruik maken van een intakeformulier, zie Downloads. Zorg dat je binnen het intakegesprek ook aandacht hebt voor sociaal-emotionele aspecten, bijvoorbeeld of er naast lichamelijke aspecten ook nog andere dingen spelen die je als lesgever moet weten. 

Tabel 2. Motieven van senioren om deel te nemen aan sport- en beweegaanbod.  

Senioren hebben verschillende motieven om deel te nemen aan sport- en beweegactiviteiten. Als lesgever is het goed om hier rekening mee te houden, zodat de deelnemers elke les als  een meerwaarde ervaren. De gezondheid behouden of verbeteren en het opdoen van sociale contacten zijn voor veel senioren belangrijke motieven om deel te (gaan) nemen aan sport- en beweegactiviteiten. In tabel 2 geven we een overzicht van de motieven om deel te nemen aan sport- en beweegaanbod op basis van onderzoek onder senioren. Ook lees je hier hoe je hier tijdens de les rekening mee kunt houden.

Motieven
Fysieke en mentale belastbaarheid

De les moet voor de deelnemers uitvoerbaar zijn, niet te moeilijk maar zeker ook niet te makkelijk en aansluiten bij wat de deelnemers al kunnen, weten, durven en beleven. Dit betekent dat er een goede balans moet zijn tussen wat je van de deelnemers vraagt (belasting) en wat ze aankunnen (belastbaarheid). Je moet vóór de start weten wie je deelnemers zijn en of er aandoeningen of belemmeringen zijn om rekening mee te houden. Deze informatie kun je gebruiken om tijdens de les oefeningen te differentiëren, zodat deze aansluiten bij de fysieke mogelijkheden van de individuele deelnemer (zie hoofdstuk 4). 

Naast de fysieke belastbaarheid heb je ook te maken met een mentale belastbaarheid. Positieve of negatieve gebeurtenissen in de wereld (bijvoorbeeld: oorlog, natuurramp, overlijden van een bekend persoon) of in de directe sfeer (bijvoorbeeld: geboorte kleinkind, verhuizing, ziekte of overlijden van een dierbare) kunnen een enorme impact hebben op de stemming, concentratie en inzet in een groep. Als lesgever dien je hier aandacht aan te besteden en eventueel rekening mee te houden in de les

2.1 ​​​​Wie zijn je deelnemers?

Veelzijdig bewegen is belangrijk voor senioren. Daarom is het prettig om een variatie aan materiaal ter beschikking te hebben. Ook aangepaste materialen zoals grotere of zachtere ballen zorgen voor afwisseling binnen de les. 

Beschikbaar oefenmateriaal  
Lesduur

Voor een seniorensportles wordt een lestijd van 45-60 minuten aangeraden. Het is het na afloop van de les belangrijk om gezamenlijk koffie/thee te drinken. Dit heeft een positieve invloed op de sociale binding in de groep. Maak hier wanneer mogelijk tijd en ruimte voor en sluit als lesgever hier ook bij aan, dan weet je goed wat er speelt in de groep.

  • Het dagritme dat de betreffende doelgroep in het algemeen gewend is
  • De afstand die men af moet leggen om bij de accommodatie te komen; de mensen moeten de mogelijkheid hebben rustig van en naar de les te gaan
  • De fysiologische aspecten samenhangend met het dagritme
  • Andere activiteiten, bijvoorbeeld: werk, hulp in huis, oppastaken, markt, andere activiteiten voor senioren in de buurt

Vaak worden lessen voor senioren ingepland tijdens daluren, eettijden of andere 'verloren' uurtjes. Het tijdstip waarop de les plaatsvindt, kan van belang zijn voor de mate van inspanning die men kan leveren. Bijvoorbeeld: aan het eind van de middag is men vaak al vermoeid van alles wat men die dag al gedaan heeft. Bij het bepalen van een geschikt tijdstip voor de sportles is van invloed:

Tijdstip van de dag  
Accommodatie 

De grootte, de vorm, de akoestiek, kwaliteit van de vloer en de temperatuur zijn erg bepalend voor de mogelijkheden, evenals de kleedgelegenheid, de mogelijkheid om al of niet koffie te drinken en de eventuele andere groepen die ook aanwezig zijn. Uitgaande van heterogene groepen, zowel wat betreft leeftijd als met betrekking tot vaardigheid, zal de groepsgrootte ten nauwste samenhangen met de beschikbare zaal. 25 deelnemers wordt als een maximum aantal gezien. Dan is er niet alleen voldoende ruimte, maar kan de lesgever ook overzicht houden (veiligheid) en in contact blijven met de groep. Hou rekening met slechthorenden, voor hen kunnen achtergrondgeluiden storend zijn. Denk bijvoorbeeld aan lesgeven in een sporthal met naast je een basisschoolklas.

Ten slotte is de omgevingstemperatuur van invloed op de les en de oefenstof die je geeft. Hou er rekening mee dat hart- en vaatpatiënten last kunnen hebben van grote temperatuurschommelingen in de ruimte.

De praktische omstandigheden waaronder je lesgeeft, zoals de accommodatie, tijdstip, lesduur en beschikbaar materiaal bepalen mede welke keuzes je maakt in de organisatie, opstelling en spelvorm. Wees je bewust van de invloed van deze praktische omstandigheden en probeer hier zoveel mogelijk rekening mee te houden. 

2.2 Wat zijn de praktische omstandigheden?