Samenwerken met anderen
Naast de mogelijkheid om binnen de vereniging aan de slag te gaan met BMO, kunnen verschillende organisaties en verenigingen ook de handen ineenslaan. Dit kan door het uitwisselen van trainers vanuit een andere sport, of het gezamenlijk aanbieden van een multisportprogramma dat voor leden van meerdere verenigingen toegankelijk is. Hieronder volgt een stappenplan om samen met andere verenigingen met BMO aan de slag te gaan en enkele tips en good practices ter inspiratie.
Zoek potentiële partners die enthousiast zijn. Start met twee tot vier verenigingen om het behapbaar te houden. Informeer mogelijk bij het lokale sportbureau of er meer verenigingen zijn die dezelfde wens hebben.
Partners 
Inventariseer wat je nog nodig hebt: expertise, financiering, accommodaties, communicatiekanalen, etc. 
Bekijk de mogelijkheden voor subsidie. Informeer of de samenwerking gefinancierd kan worden binnen het lokale sportakkoord. Een andere mogelijkheid is om te zoeken in de
Denk bij expertise ook bijvoorbeeld aan buurtsportcoaches, de gemeente, adviseur lokale sport, combifunctionaris en verenigingsondersteuners. 

Inventariseer de mogelijke inbreng van alle aanwezige partijen; wie heeft accommodatie, tijd, kader, BMO-programma’s, contacten bij de gemeente, de sportbureaus en de sportbonden?

Zoek structureel samenwerkingen op
Volg trainingen bij een andere vereniging
Nodig gasttrainers uit

Vaak is het handig om dit per leeftijdscategorie te bepalen. Bijvoorbeeld in de leeftijd 2-4, 4-7, 8-12, 12+. Zet altijd het kind centraal, niet het lidmaatschap van de eigen vereniging.

Identificeer de gemeenschappelijke doelstellingen; wat willen we gaan opzetten? Dit kan gaan om:

Zet na afloop kort de conclusies en vervolgacties voor iedereen op papier. Zorg voor heldere afspraken tussen de verschillende verenigingen. Wie wordt de kartrekker en wie draagt verder wat bij? Partijen, die er niet helemaal achter staan of die het wel ondersteunen maar geen tijd of expertise hebben om hieraan bij te dragen, kun je beter eventueel later aan laten sluiten.  

Zorg voor een onafhankelijke voorzitter van het overleg. Dit zou bijvoorbeeld iemand van een gemeentelijke sportorganisatie of een buurtsportcoach kunnen zijn, maar ook een tweede deelnemer van één van de partijen. Belangrijk is dat de voorzitter niet de inhoudelijke inbreng levert, maar ervoor zorgt dat de informatie op tafel komt en er een actieplan gemaakt wordt.  

Organiseer een overleg tussen alle geïnteresseerde partijen. 
Inventariseer de behoefte en bepaal een gezamenlijk doel 
Bekijk alvast hoe je zorgt voor opvolging. Betrek jongere sporters uit de vereniging erbij als hulptrainer zodat je al direct werkt aan opvolging. Ook kun je soms afspraken maken met sportopleidingen in de buurt en stageplaatsen aanbieden.  
Bepaal aan welke eisen de trainers en assistenten moeten voldoen, zoals welke opleiding of ervaring ze moeten hebben. Sportbonden zijn bezig met het ontwikkelen van BMO-modules voor trainers. Er zijn ook BMO-opleidingen bij ASM te volgen.
Bepaal hoeveel trainers en assistenten je nodig hebt.  
Trainers
Wees trots op wat je neerzet en zorg dat je dat uitdraagt naar kinderen, sporters, ouders en natuurlijk aankomende sporters. Een plan kun je goed delen met je de kinderen/sporters/leden en hun ouders; bijvoorbeeld via een mailing of een ouderavond/verenigingsavond. Breed motorische ontwikkeling staat erg in de belangstelling. Je kan daarom ook een stuk (laten) schrijven voor de plaatselijke pers of andere communicatiekanalen.  
Communicatie 
Voor een gemeente is het prettig om te weten dat een organisatie hiermee aan de slag gaat. Wellicht past een samenwerking binnen het lokale sportakkoord en mogelijk is er ook financiering vanuit het lokale sportakkoord verkrijgbaar. Ook zijn er mogelijk verenigingsondersteuners, die kunnen helpen bij het vinden van geschikte partners, en het opzetten van het aanbod.
Informeer (bij) de gemeente en/ of je lokale sportorganisatie
De BMO-trainingen worden aangeboden bij 1 vereniging waarbij het lidmaatschap open is voor leden van andere deelnemende verenigingen. 
De BMO-trainingen worden bij 1 vereniging aangeboden, eventueel roulerend door trainers van andere deelnemende organisaties.
Organisaties of verenigingen huren gezamenlijk een ruimte en geven daar gezamenlijk training waarin naast BMO ook de verschillende deelnemende sporten aan bod komen.
De lessen vinden verspreid plaats: 
De sporters krijgen een strippenkaart waarmee ze steeds een blok mee kunnen doen bij de deelnemende verenigingen. Sporters rouleren daarmee tussen verschillende verenigingen.
Er is 1 training waar de sporters samen trainen:
Bepaal hoe je het wilt aanpakken. Hierin zijn verschillende mogelijkheden. 
Bepaal de aanpak 
Bepaal wie de aanspreekpersoon is van de samenwerking, wie het secretariaat vormt en wie de financiën regelt. 
Bepaal hoe de sporters en trainers verzekerd zijn.
Bepaal of de sporters lid kunnen worden van een vereniging of dat je gaat werken met een knipkaart-systeem.
Bepaal de samenwerkingsvorm
Zoek naar passende oefeningen. Er zijn een aantal plekken waar goede voorbeelden te vinden zijn: 
Gebruik de BMO-verenigingsscan om te zien welke vaardigheden belangrijk zijn en waar een breed motorisch sportprogramma idealiter aan moet voldoen. 
Kijk of je sportbond al BMO-oefeningen, een breed motorisch programma of een opleiding heeft of daar mee bezig is. Veel sportbonden hebben hun eigen programma’s. 
Blijf goed monitoren of de kinderen plezier hebben! 
Maak een goed programma
Tips
Good practices

Kies een tip

Kies een tip

Tips
Good practices
Gasttrainer/-lessen
Een laagdrempelige manier van samenwerken is gebruikmaken van trainers vanuit een andere sport die (regelmatig) gastlessen verzorgen. 
Trainingen volgen bij een andere vereniging
Een andere, laagdrempelige manier van samenwerken is als vereniging (regelmatig) bij andere verenigingen trainingen volgen.

Kies een tip

Structurele samenwerking tussen verenigingen of organisaties 
Verenigingen en/of organisaties bieden gezamenlijk een multisportprogramma aan (dat kan ook een bestaand programma zijn) voor leden van deze verenigingen, of mogelijk ook voor niet-leden om kinderen met meerdere sporten in aanraking te laten komen.  
Good practices
Manier 2
Manier 3
Manier 1
Stappenplan
Tips
Samenwerken met anderen
Naast de mogelijkheid om binnen de vereniging aan de slag te gaan met BMO, kunnen verschillende organisaties en verenigingen ook de handen ineenslaan. Dit kan door het uitwisselen van trainers vanuit een andere sport, of het gezamenlijk aanbieden van een multisportprogramma dat voor leden van meerdere verenigingen toegankelijk is. Hieronder volgt een stappenplan om samen met andere verenigingen met BMO aan de slag te gaan en enkele tips en good practices ter inspiratie.
Tip 5

Zorg voor voldoende PR/zichtbaarheid.

Tip 4

Betrek jongere sporters uit de vereniging als hulptrainer zodat je al direct werkt aan je opvolging. Leid je vrijwilligers direct op in andere sporten en beweegvormen.

Tip 3

Maak zoveel mogelijk gebruik van trainers, vrijwilligers, stagiaires en betrek ook andere professionals zoals buurtsportcoaches of een vakdocent.

Tip 2

Zorg dat je het niet alleen oppakt, maar doe het met meerdere mensen. Start met het enthousiasmeren van mensen zodat er energie en draagvlak ontstaat.

Tip 1

Start niet te groot. Andere partijen kunnen later ook nog aanhaken.  

Wees trots op wat je neerzet en zorg dat je dat uitdraagt naar kinderen, sporters, ouders en natuurlijk aankomende sporters. Een plan kun je goed delen met je de kinderen/sporters/leden en hun ouders; bijvoorbeeld via een mailing of een ouderavond/verenigingsavond. Breed motorische ontwikkeling staat erg in de belangstelling. Je kan daarom ook een stuk (laten) schrijven voor de plaatselijke pers of andere communicatiekanalen.  
Communicatie 

Zet na afloop kort de conclusies en vervolgacties voor iedereen op papier. Zorg voor heldere afspraken tussen de verschillende verenigingen. Wie wordt de kartrekker en wie draagt verder wat bij? Partijen, die er niet helemaal achter staan of die het wel ondersteunen maar geen tijd of expertise hebben om hieraan bij te dragen, kun je beter eventueel later aan laten sluiten.  

Inventariseer wat je nog nodig hebt: expertise, financiering, accommodaties, communicatiekanalen, etc. 
Bekijk de mogelijkheden voor subsidie. Informeer of de samenwerking gefinancierd kan worden binnen het lokale sportakkoord. Een andere mogelijkheid is om te zoeken in de
Denk bij expertise ook bijvoorbeeld aan buurtsportcoaches, de gemeente, adviseur lokale sport, combifunctionaris en verenigingsondersteuners. 

Inventariseer de mogelijke inbreng van alle aanwezige partijen; wie heeft accommodatie, tijd, kader, BMO-programma’s, contacten bij de gemeente, de sportbureaus en de sportbonden?

Zoek structureel samenwerkingen op
Volg trainingen bij een andere vereniging
Nodig gasttrainers uit

Vaak is het handig om dit per leeftijdscategorie te bepalen. Bijvoorbeeld in de leeftijd 2-4, 4-7, 8-12, 12+. Zet altijd het kind centraal, niet het lidmaatschap van de eigen vereniging.

Identificeer de gemeenschappelijke doelstellingen; wat willen we gaan opzetten? Dit kan gaan om:

Organiseer een overleg tussen alle geïnteresseerde partijen. 

Zorg voor een onafhankelijke voorzitter van het overleg. Dit zou bijvoorbeeld iemand van een gemeentelijke sportorganisatie of een buurtsportcoach kunnen zijn, maar ook een tweede deelnemer van één van de partijen. Belangrijk is dat de voorzitter niet de inhoudelijke inbreng levert, maar ervoor zorgt dat de informatie op tafel komt en er een actieplan gemaakt wordt.  

Inventariseer de behoefte en bepaal een gezamenlijk doel 
Zoek potentiële partners die enthousiast zijn. Start met twee tot vier verenigingen om het behapbaar te houden. Informeer mogelijk bij het lokale sportbureau of er meer verenigingen zijn die dezelfde wens hebben.
Partners 
Voor een gemeente is het prettig om te weten dat een organisatie hiermee aan de slag gaat. Wellicht past een samenwerking binnen het lokale sportakkoord en mogelijk is er ook financiering vanuit het lokale sportakkoord verkrijgbaar. Ook zijn er mogelijk verenigingsondersteuners, die kunnen helpen bij het vinden van geschikte partners, en het opzetten van het aanbod.
Informeer (bij) de gemeente en/ of je lokale sportorganisatie
De BMO-trainingen worden aangeboden bij 1 vereniging waarbij het lidmaatschap open is voor leden van andere deelnemende verenigingen. 
De BMO-trainingen worden bij 1 vereniging aangeboden, eventueel roulerend door trainers van andere deelnemende organisaties.
Organisaties of verenigingen huren gezamenlijk een ruimte en geven daar gezamenlijk training waarin naast BMO ook de verschillende deelnemende sporten aan bod komen.
De lessen vinden verspreid plaats: 
De sporters krijgen een strippenkaart waarmee ze steeds een blok mee kunnen doen bij de deelnemende verenigingen. Sporters rouleren daarmee tussen verschillende verenigingen.
Er is 1 training waar de sporters samen trainen:
Bepaal hoe je het wilt aanpakken. Hierin zijn verschillende mogelijkheden. 
Bepaal de aanpak 
Zoek naar passende oefeningen. Er zijn een aantal plekken waar goede voorbeelden te vinden zijn: 
Gebruik de BMO-verenigingsscan om te zien welke vaardigheden belangrijk zijn en waar een breed motorisch sportprogramma idealiter aan moet voldoen. 
Kijk of je sportbond al BMO-oefeningen, een breed motorisch programma of een opleiding heeft of daar mee bezig is. Veel sportbonden hebben hun eigen programma’s. 
Blijf goed monitoren of de kinderen plezier hebben! 
Maak een goed programma
Trainers
Bekijk alvast hoe je zorgt voor opvolging. Betrek jongere sporters uit de vereniging erbij als hulptrainer zodat je al direct werkt aan opvolging. Ook kun je soms afspraken maken met sportopleidingen in de buurt en stageplaatsen aanbieden.  
Bepaal aan welke eisen de trainers en assistenten moeten voldoen, zoals welke opleiding of ervaring ze moeten hebben. Sportbonden zijn bezig met het ontwikkelen van BMO-modules voor trainers. Er zijn ook BMO-opleidingen bij ASM te volgen.
Bepaal hoeveel trainers en assistenten je nodig hebt.  
Bepaal wie de aanspreekpersoon is van de samenwerking, wie het secretariaat vormt en wie de financiën regelt. 
Bepaal hoe de sporters en trainers verzekerd zijn.
Bepaal of de sporters lid kunnen worden van een vereniging of dat je gaat werken met een knipkaart-systeem.
Bepaal de samenwerkingsvorm
Manier 1
Tip 4

Zorg voor PR/zichtbaarheid.

Tip 1

Maak zoveel mogelijk gebruik van trainers, vrijwilligers, stagiaires en buurtsportcoaches en leidt deze gelijk op in andere sporten en beweegvormen.

Tip 2

Bied de gastlessen spelenderwijs aan en varieer veel. Blijf goed monitoren of de kinderen plezier hebben. Presteren in een nieuwe sport staat niet voorop, het gaat om de ontwikkeling en het plezier.

Tip 3

Evalueer samen met de kinderen de trainingen en bepaal op basis hiervan je volgende doel en nieuw aanbod.

Good practices
Gasttrainer/-lessen
Een laagdrempelige manier van samenwerken is gebruikmaken van trainers vanuit een andere sport die (regelmatig) gastlessen verzorgen. 
Manier 2
Trainingen volgen bij een andere vereniging
Een andere, laagdrempelige manier van samenwerken is als vereniging (regelmatig) bij andere verenigingen trainingen volgen.
Tip 3

Zorg voor PR/zichtbaarheid - zet de andere vereniging in het zonnetje.

Tip 2

Presteren in een nieuwe sport staat niet voorop, het gaat om de ontwikkeling en het plezier.

Tip 1

Start niet te groot. Begin gewoon met één keer een training bij een andere vereniging.

Manier 3
Structurele samenwerking tussen verenigingen of organisaties 
Verenigingen en/of organisaties bieden gezamenlijk een multisportprogramma aan (dat kan ook een bestaand programma zijn) voor leden van deze verenigingen, of mogelijk ook voor niet-leden om kinderen met meerdere sporten in aanraking te laten komen.  
Good practices
Stappenplan